vrijdag, maart 20, 2009

"DURFINVESTEREN", SUCCES VERZEKERD! (preek)




“DURF-INVESTEREN” , SUCCES GEGARANDEERD, ZELFS NU!

“…en (ik) kocht de akker van mijn neef Chanamel uit Anatot…” Jeremia 32:9


------
Voorstel orde van dienst:
Eventueel vooraf: Ps.135: 1,2,3
Na votum en groet: Ps. 135: 8,9,10

(in morgendienst:
Verootmoediging: We stemmen in met wat de HEER tot Israël zegt en belijden, dat wij niet beter zijn: lezen Jer. 32:32, 33.
Zingen: Opwekking 350:1,2
Luister wat God aan Israél toezegt: Jer. 32: 37-40
In de verzoening van onze schuld door Christus geldt de vergeving óók nu, voor ieder, die oprecht zijn schuld beleden heeft en in Jezus gelooft. Dat nieuwe verbond heeft ook regels, om binnen dat verbond als in een veilige ruimte te leven. Lezen: Romeinen 12:9-21
Zingen: Opwerkking 350:3,4)

Gebed om de Geest
Zingen: Gez. 37: 1,2
Schriftlezing: Wat wij zojuist zongen heeft de profeet eerder namens God gesproken. Nu dan horen we
Jeremia 32:1-15
Zingen: Gez. 37:4
Prediking over Jer. 32:9
Na de preek zingen Gez. 442
Dienst van de gebeden
Dienst van de offers
Slotlied: Gez. 409:1,2,4 en (in middagdienst na geloofsbelijdenis) vers 5
Zegen

-----
Gemeente van Jezus Christus, onze Heer.

Als je geld wilt verdienen, dan moet je wel eens risico’s nemen. Je moet wat dúrven. Op de beurs, als het gaat om aandelen bijvoorbeeld. (Niet dat ik uit ervaring spreek, hoor) Maar: die koop kan soms heel goed uitpakken. Maar het moet wél verántwoord zijn, wat je doet. En sommige mensen hebben daar wel kijk op. Die kunnen waardevolle adviezen geven. Maar mensen, ook deskundige en ervaren mensen, kunnen fouten maken . Dat zien we vandaag om ons heen, nu de crisis ons beheerst! En dan ga je het schip in! Ook “hedgefondsen” raken wel eens leeg!

Aan de koop van de akker, die de profeet (dat is een woordvoerder van God, iemand die Gods woorden overbrengt aan mensen) Jeremia doet, kleeft ook een groot risico. Ja, het is een akker, die hier spreekwoordelijk over de toonbank gaat.
Een alledaagse gebeurtenis dus, die we ons kunnen ons voorstellen. Dat gebeurt vandaag ook. Een projectontwikkelaar kan een stuk grond kopen. Of een organisatie, die zich inzet voor het behoud van de natuur. Wat “natuur”lijk een zeer loffelijke doelstelling is, waard om gesteund te worden. De verkoop van een stuk grond.

Maar je vraagt je wél af: wat doet zo’n verhaal in de bijbel? De bijbel is toch geen soap, over het “real life”? Het gaat daarin toch over hét Leven, met een hoofdletter? Dit is toch nieuws voor een notaris en geen Boodschap van God? Dat lijkt zo, ja. En toch heeft God ons hier iets te zeggen. Het is dus zaak, om goed te lezen (luisteren).

De eerste bijzonderheid is: de transactie vindt plaats in de gevangenis. De profeet is namelijk door de koning in de cel gezet. En waarom dat dan wel? Nu, hij had de misdaad gepleegd van het overbrengen van de woorden van God.

En Gods boodschap luidde: aanvaard je verantwoordelijkheid, mensen. Ja, want koning en volk hadden grote zonden gepleegd. Ze hadden, om het beestje maar bij de naam te noemen, eigenlijk God aan de kant gezet. Nou ja, God mocht een klein plekje houden. Maar dan náást de afgoden. Alsof dat zou kunnen! God duldt geen god naast zich immers! Hij IS immers de enige. En WIL ook de enige zijn voor wie in Hem gelooft.

Nou, het volk heeft een ándere mening. Net als veel mensen vandáág trouwens. Welke god jouw God is, dat is je eigen zaak. En er worden veel verschillende antwoorden op gegeven. Israël dacht ook: afgoden, moet kunnen! En dan: wát voor afgoden! Bijvoorbeeld de afgod Moloch. (zie afbeelding) Een vréselijke god, die van zijn volgelingen zelfs het brengen van kinderoffers verwachtte! Kan het erger?

Jeremia zei dat onomwonden. En hij zei erbij: verwácht dan ook maar niets van de HEER. Niks redding! Aanvaard gewoon de nederlaag, de ondergang, de trieste aftocht naar Babel. Neem je verantwoordelijkheid. Aanvaard de gevolgen van je daden. Zonde, God aan de kant schuiven, dat heeft die gevolgen! Dus: geef je over aan koning Nebukadnezar. Alle verzet is compleet nutteloos. Het is onomkeerbaar. Eigen schuld, dat je met de brokken zit!

Nu, die boodschap was de koning (Zedekia was zijn naam) niet naar de zin. Nee, de God van Israël moest zijn volk redden. En hij zóu dat ook heus wel doen. Dus die aansporing mocht niet meer gehoord worden. Dat is wel héél slecht voor het moreel! Dus de brenger van Gods boodschap moest weggestopt, buiten hoorafstand. Weliswaar was het meer huisarrest dan cel. Want er was contact met bijvoorbeeld familie mogelijk. Maar toch.

In de tweede plaats: verkoop van een akker gebeurde niet dagelijks. Het gebeurde eigenlijk alleen noodgedwongen. Want het was het vaderlijk erfdeel. Men zag het eigenlijk als door God aan de familie gegeven. Eigenlijk je door Hem persoonlijk ter hand gesteld.

Dan: een transactie in oorlogstijd. De situatie was voor Israël zeer precair, zeg maar hopeloos. Het hele land was in bezit genomen door de troepen van koning Nebucadnezar, de koning van Babel. En Jerusalem werd belegerd. De troon van Zedekia, de koning, wankelde. De ballingschap, wegvoering naar Babel, stond voor de deur.

De vérkoop van de akker door Chanamel was een door wanhoop ingegeven poging om alsnog aan geld te komen. Want de kinderen moeten toch éten, nietwaar? Vandaar, dat hij aanklopte bij oom Jeremia en deze akker aanbood om te kopen.

Ja, vérkoop, daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Maar kópen, wie zou dáár nou in trappen! In zó’n situatie een akker aanschaffen? Dat was toch een totaal onverantwoorde investering. Het risico was gewoon te groot. Gewoon je goeie geld over de balk gooien. Het stomste, wat je kunt doen!

Nu is het waar: het gaat hierbij om familiebezit. Jeremia, blijkbaar het naaste familielid, heeft de plicht om te lóssen. Dat wil zeggen: door gedwongen vérkoop te koop aangeboden grond te kopen. En zo het familiebezit in stand te houden. En veilig te stellen voor de toekomst.

Ja, formeel zou de profeet die plicht hebben. Maar nu is er toch geen toekomst? De plicht géldt nu toch niet? Dit is toch overmacht? Nee, déze akker op dit moment kopen, dat zou verspilling zijn. Dit levert geen enkel rendement op. Alleen 100% verlies!

Want één ding staat vast: het koningshuis vált. Het volk wordt weggevoerd naar Babel, in ballingschap. (zie hiernaast) Jeremia wéét het. Hij had het zélf moeten aankondigen. Hij had moeten zeggen namens de HEER: Geef je over aan Nebukadnezar. Want alle verzet is volslagen zinloos. De loop van de geschiedenis is onomkeerbaar. De gevolgen van de zonde kómen, wis en drie!


Ja mensen, de zonde blijft niet zonder gevolgen. En als we in de puree komen, moeten we niet protesteren. Niet God gaan zitten beschuldigen. Eerst maar eens naar jezelf kijken!

Die klimaatverandering bijvoorbeeld. Iedereen práát erover. Over die opwarming van de aarde. En over die “slechte”zomer. Die overstromingen, die droogte ook in andere streken. Duidelijk is: er heerst onbalans. En wat doen we? We proberen alvast de schatten van de Noordpool ons toe te eigenen, die dan bereikbaar gaan worden!

En verder práten we. We spreken heel gewichtig ons uit over de noodzaak, ja zelfs onze bereidheid, er wat aan te doen. Alsof we daar een millimeter mee opschieten. Och, er zouden meer voorbeelden te geven zijn. Maar je begrijpt wel, wat ik bedoel.

We hebben ook ándere zaken aan ons hoofd. Denk aan de crisis, waar we allemaal mee te maken hebben of krijgen.
En dan de gang van ons leven. Die levert soms vragen op als”waarom moet het zó? Waarom ik?” Ja, er zijn zaken die ons overkómen. Maar sommige problemen hebben we zelf veroorzaakt. Hebben te maken met onze manier van leven.

Wat is er een verdriet! In je gezin, bij je familie. Wat zijn er veel relatieproblemen! Soms is er geen duidelijke verklaring voor te geven. Maar soms ook wél. Onze houding in die relatie namelijk: hard en star. Dáár ligt de oorzaak.

En dan zegt Jeremia tegen mij en jou, wat hij ook tegen Israël zei: Die forse bult is eigen schuld! En nou niet je verontschuldigen. Dat is zinloos vluchtgedrag!

Maar de bode van God heeft ook méér te zeggen. Luister maar.

Allereerst laat hij, namens God, iets zien: hij kóópt die akker. Die lap grond dus, waar hij totaal niets aan zal hebben. En alles komt officieel op papier te staan. Er wordt dus een koopakte van opgemaakt, in duplo nog wel. En die wordt in een kruik gedaan en veilig opgeborgen. Want er ligt lange-termijn-denken aan ten grondslag, zie je!

Hoe kan Jeremia dát nu doen! Nou, hij heeft een betere, DE, de énige goede reden. En die reden is: God en zijn beloften. De HEER heeft gezegd, dat Nebukadnezar wint. Jerusalem, het laatste bolwerk, zal vallen en en in de as gelegd worden. En het volk wordt in ballingschap weggevoerd. Dat alles gaat vast en zeker dóór.

En toch, zei God, toch zullen er weer akkers verkocht worden. Want, mag Jeremia doorgeven: die Nebukadnezar kan óók niet altijd doen wat hij wil. Die is óók vreselijk over de schreef gegaan. En ook dát blijft niet onbestraft. Er komt een eind aan zijn wandaden. En ook aan zijn leven.

En dáárom komt in de toekomst de grote ommekeer. En de terugkeer van de rest. En dat overblijfsel zal weer één volk worden. Een volk, met wie de HEER een nieuw, een vernieuwd verbond zal sluiten. En dan zijn er mensen met nieuwe harten. Dat zal me een leven worden! En dán zullen er ook weer akkers verkocht en gekocht worden.

Dat is Gods belofte. En die komt uit, wordt werkelijkheid. Net zo als die bedreigingen eveneens werkelijkheid worden.

Zo spreekt de HEER. En de profeet geeft die woorden door. En doet, leeft ook de betrouwbaarheid van die woorden vóór. Door die akker te kopen. Met het oog op de toekomst, Góds toekomst!
Nee, het geld voor de koop van die akker IS geen weggegooid geld. Integendeel, het is goed besteed.
Want de toekomst lonkt!

Dat is wél heel ándere koek! Maar wél koek, die de koning en velen van het volk bepááld niet op hun bordje zagen liggen. En ook de mens van nu schudt meewarig het hoofd. Wát toekomst? Dat is net als met die praatjes over vroeger. Wat heb je er aan? Helemaal niks toch? We leven nu. Dus moet je hebben waar je nú wat aan hebt. Wat je nú kunt vastpakken. Wat heb je aan dat vage gedoe over de toekomst. Daar kan ik niks mee!

Maar Jeremia zegt én hij laat zien: Gods beloften, daar kún je wél wat mee. Daarmee heb je wat in handen. Heb je een fijne toekomst in handen en voor ogen. Een toekomst met de Verlosser! De Verlosser, die Jezus heet. En die verlost, van alles, dat dreigt en bang maakt. Zoals daar zijn: zonde, dood, verlorenheid voorgoed.

Maar ja, de mens van vandaag kan ook niks met die Jezus. Wat heb je daar aan in deze wereld en deze tijd?! Wat heeft Hij nou te bieden, waar je wat mee kunt. Zonde? Zegt me niks. Dood? Nou en! Stelt léven dan zoveel voor? Verlorenheid? Kom nou even, zeg!

Luister (lees) nog even dóór. Gods beloften, ze zijn het vertrouwen waard, dubbel en dwars! Daar kun je op bouwen. Die kunnen de basis voor heel je leven zijn. Dat bleek in Jezus. Het léék drijfzand,op Hem te vertrouwen. Want Hij eindigde aan het kruis, in de dood. Maar Hij en zijn werk, ze vormen vaste grond. Daar kun je op bouwen als op het hechte fundament.

Ja,daar is moed voor nodig. De mens van nu wil andere, “betere” zekerheid. Iets, waarmee je nu iets in hánden hebt en wat voor kunt kópen. En toch, geloof me: daar kom je slecht mee weg. Dát is pas een gok. Een waagstuk, dat je ruïneert, voorgoed.

Reageer eens! Reageer eens door te vluchten tot Jezus! Dúrf eens! Dat is mijn, nee Gods advies. Dan kun je leven UIT Jezus! En NAAR HEM en zijn toekomst TOE!!


Amen, dat betekent: zéker weten.

-----

Suggesties voor de dienst van de gebeden:

Zelfbeklag belijden: je bent niet te beklagen, als je (verre of tweede of derde) vakantie een (paar) jaar niet kan. Sommigen van ons merken het in de supermarkt. Maar arm zijn pas veel mensen in Afrika: geen of amper een beetje eten, geen woning e.d.

Vragen, of God de rijken (mij, jou misschien??) gul wil maken richting de écht armen.
Bidden voor vervolgden, gevangenen, vluchtelingen.
Bid om te vertrouwen op de beloften (in de bijbel!!) van God. Ook als de vervulling ontastbaar is en vér weg lijkt.
Leer ons ujitzien naar de grote Toekomst!
God loven en danken. Wat een gáven geeft Hij elke dag! En wat een beloften gaan nog vervuld worden!



.

donderdag, maart 19, 2009

LIEFDE (meditatie)

Ik heb je altijd liefgehad… Jeremia 31:3

Liefde, erg belangrijk in deze wereld. Liefde is iets, waar eigenlijk geen enkel mens het zonder kan stellen. Dan verdroogt, verschrompelt, verdort een mens. Net als een plant, die geen zonlicht of water krijgt.

Liefde is dan ook een schitterend cadeau van de God, die ons geschapen heeft en een plekje gunt op deze ook al prachtige planeet. Liefde! Als je je grote liefde ontmoet, dan verandert heel je leven! Ten goede, wel te verstaan. Maar dan moeten we die liefde wél koesteren. Er zorgvuldig en zuinig ermee omgaan. En helaas, dat gebeurt niet altijd…
Liefde is het ook waard om voor te knokken. En helaas…

Trouwens, liefde is er wél in alle soorten en maten. Echte liefde, liefde die gekoesterd wordt, houdt stand tot de dood. Soms is liefde niet echt. Is liefde niet meer dan een woord. En is die maar voor zolang het duurt. Je kunt zelfs liefde kópen. Of liefde pákken, stelen. Zelfs van je eigen vrouw. Maar weet wel: dan is het surrogaat.

Maar liefde die God aan je geeft is geweldig. Wij maken er regelmatig een puinhoop van. Maar wat God gééft is goed. Hij is de bron van alle echte liefde hier op aarde.

In het zinnetje boven deze overdenking gaat het niet over de liefde, die de Heer aan mensen geeft, aan liefde van twee mensen voor elkaar. Hier gaat het over liefde, die Hij hééft. Liefde die Hij in zijn hart koestert voor mensen. Hij spreekt Israël aan. En zegt, dat Hij dat volkje van het begin af aan heeft liefgehad. En die liefde zal het ook in de toekomst altijd gezelschap houden.

Nou, dat is me wat!

Want liefhebben is een werkwoord. En dat in dubbele betekenis. Niet alleen maar, dat je het vervoegen kunt. Zo van: ik heb lief, wij hebben lief. Nou, zó echt liefhebben vervoegen, daar is niks mis mee. Dus: vooral doen, zou ik zo zeggen. Maar liefhebben in de bijbel, en zéker het liefhebben door God, is ook in ándere zin een werkwoord. Namelijk, dat het iets doen betekent.

Als God zegt: Ik heb je altijd liefgehad, dan betekent dat: Ik heb je altijd liefde bewezen, betoond. God bewéés zijn liefde aan Israël. Hij verloste het volk uit de slavernij in Egypte. Maar zijn liefde redt het eveneens uit de nationale dood van de ballingschap in Babel.

Gods liefde, Gods liefhebben, dat schiet op! Daar kom je een heel eind verder mee. Die verlost van ellende en dood. Want die bevrijdt van zonde en schuld. Geloof je dat niet?


Het is de tijd vóór Pasen, als ik dit schrijf. De kerk denkt dankbaar en blij aan het lijden en sterven van Hem, naar wie christenen genoemd zijn, Jezus Christus. Die heeft namelijk de liefde van God, van zijn Vader, zichtbaar gemaakt. En voelbaar. En tastbaar. Dat deed Hij door dingen, die we vaak wonderen noemen: genezingen, heling van mensen. En in zijn woorden, mudjevol blij nieuws.

Maar ook en vooral zag je en zie je, kun je althans zien, dat God ons liefheeft die laatste weken. En vooral die laatste dagen. Toen Hij leed, onzegbaar diep. En toen Hij stierf, op een vreselijk pijnlijke en verachte manier de marteldood onderging.

En dan zeg ik in dat laatste woord eigenlijk niet de werkelijke waarheid. Jezus onderging niet de dood, Hij kóós de dood. Ik zou bijna schrijven: Hij dééd zich sterven. Maar dat klopt taalkundig weer niet. In elk geval: vrijwillig en moedwillig ging Jezus de dood in.

En waarom? Hij deed dat voor u, jou en mij. Om een zware last van ons af te pakken. Een loodzware last, waaronder wij voorgoed ten onder zouden gaan. De zak met lood, die de zonde is, die nam Hij op zijn schouders. Is dát geen ongekende liefde?

“Mijn liefde zal je altijd vergezellen”, volgt er dan in Jeremia 31:3. Dát is goed gezelschap! Dan verkeer je voorgoed in de hoogste kringen. Beter gezelschap is er niet! Als dát je niet blij maakt, dan breekt mijn klomp!

Als dat je niet doet blozen van schaamte, als je deze God en zijn Zoon Jezus van de weeromstuit niet liefhebt… En als dát je er niet toe drijft, mensen om je heen lief te hebben, dan weet ik het niet meer.
=====

Bidden: Het is volbracht

Uw kruis
onwrikbaar tijdsgewricht
keerpunt van alle leven,
het is volbracht
de oergrond schudde
en de aarde beefde
Uw dood heeft zich verklaard tot levensteken
Uw sterven deed gesloten graven open breken
(Nel Veerman uit de bundel Naschrift)

vrijdag, oktober 24, 2008

KERSTFEEST HEEFT EEN DATUM (preek, Kerstfeest)


KERSTFEEST HEEFT EEN DATUM (preek, Kerstfeest)

"In die tijd..." Lucas 2 : 1a en 6

Kerstfeest heeft een datum. Nogal logisch, zeg je. Dát is bepaald geen verrassing. Kerstfeest heeft een datum. En een kind weet, dat die datum 25 december is. O ja, én 26 december. Hebben we er nog bij gekregen, als een soort bonus. 2 voor de prijs van 1, zeg maar.
Maar 25 december is de datum van het Kerstfeest, ook in de kerk. Eind december, hartje winter. En allemaal vinden we, dat er eigenlijk een flink pak sneeuw bij hoort. Jammer, dat dat vaak net niet gebeurt!

25 december is de datum. Stel je voor, dat het 20 juli was. Dát zou nog eens vreemd zijn! Kerstfeest buiten, met een barbecue. Kerstfeest in shorts of in bikini! Dat kán toch niet? Nee, Kerstfeest heeft een vaste datum. En wel: 25 december. En zo je wilt 26 december -om nog wat na te genieten of uit te slapen en te bekomen.

Kerstfeest heeft een datum. Jazeker. Nou bedóel ik het anders. Ik bedoel: Kerstfeest staat op de kalender. Beter nog: Kerstfeest staat in de annalen. Er was bij wijze van spreken een uitgave van "de dagen onzer jaren" (een boek met foto's van feiten die in een bepaald jaar gebeurd zijn). En in die uitgave van dat jaar stond op een bepaalde dag als gebeurtenis vermeld: Jezus Christus geboren. Dat was trouwens niet op 25 december. Die naam december bestónd nog niet eens. Waarschijnlijk was het zelfs in de zomer. Maar het was een bepaalde dag. Toen gebeurde het feit, dat voor ons aanleiding is, Kerstfeest te vieren.

"In d
ie tijd...". Kerstfeest vond plaats in de tijd. Als een feit. Als een werkelijkheid in onze tijd. De tijd, die mensen hier op aarde beleven.

En dat is belangrijk. Belangrijk voor óns. Voor de mens op aarde. De mens, die óók op die kalender voorkomt. Die óók een datum heeft, heeft gehad, of zal hebben. Belangrijk voor u en mij. Ook wij hebben een plekje in de tijd, die de mens op aarde heeft gekregen. Want Jezus kwam naar ons toe. Laten we zien en kijken naar Jezus en luisteren naar het Woord van zijn Vader.
-----

"In die tijd…" "Die tijd", dat was de tijd van keizer Augustus. Er worden méér namen genoemd in vers 2 en 4 en 5. Maar Quirinius had alleen macht, voorzover en zolang Augustus hem die verleende. En Jozef en Maria hadden al helemaal niets in de melk te brokkelen. Die mochten alleen gehoorzamen.

Augustus. dat was de wereldheerser van die dagen. "De verhevene" betekent zijn n
aam. En als titels had hij: "Heer" en "Heiland". "Die tijd", dat is de tijd van keizer Augustus. Het zijn óók dagen van vrede en voorspoed. Zeldzame zaken, toen. En nu. En heel erg belangrijk voor de mensen.

Maar de vrede en voorspoed werd ook toen duur betaald. Ook letterlijk. Vandaar, dat er een bevel uitging. De inwoners van heel dat wereldrijk moesten ingeschreven worden. Dat was geen registratie ten bate van de gezondheidszorg of iets dergelijks. Keizers en andere machthebbers, die waren er, vooral in die tijd, niet voor het welzijn van mensen. Soms ook wel dát, een beetje, zo nu en dan. Maar altijd op de tweede plaats. Machthebbers dachten in de eerste plaats aan zichzelf.

Dus g
ing het bij de volkstelling om de registratie voor de belastingdienst. Er moest van overal geld naar Rome stromen. Richting schatkist. Wat dan in de practijk betekende: de portemonnee van de keizer. Zodat hij allereerst nóg meer te verteren en te genieten had.

Vandaar die volkstelling. En alles op een vernederende manier. Ieder werd opgeroepen, te gaan naar de plaats, waar zijn "roots" lagen. En ieder had maar te gáán. Zelfs Maria, die "op alle dagen" liep. Hoogzwanger, zeg maar. Je werk, je huis achterlaten. En op reis. En dat samen als familie.

En dan kwam de registratie. Je moest letterlijk ál je bezittingen opgeven. En als man en vrouw of vader en zoon verschilden in het noemen van de bezittingen, dan werden ze gedwongen tégen elkaar te getuigen. Waarbij het middel van foltering niet geschuwd werd
------

"Die tijd"- de tijd van mensen toen. En Augustus deed het nog echt zo slecht nog niet. Zoals het vandáág nog beroerder zou kunnen wezen. Maar "de dagen" in het begin van de 21e eeuw, de tijd van ons mensen, lijkt ook in ander opzicht verdacht veel op "de dagen" van Jezus' geboorte.

Namelijk, dat ook betrékkelijke voorspoed (of misschien een relatief slechte tijd door de recessie, zoals dat heet) een prijs heeft. En dat er een kloof blijft gapen tussen de zeer rijken en de anderen, de zéér armen. En dat sommigen erg hun best doen, die kloof te dichten. Maar echt lukken doen die pogingen eigenlijk niet. Want voor de massa blijft het hemd een flink stuk nader dan de rok, zie je!

En de vrede vandaag is eveneens zéér betrekkelijk. Er zijn en blijven vuurhaarden. Er zijn en blijven gebieden, waar de oorlogsbrand volop woedt. Honderdduizenden slachtoffers vallen er jaarlijks. En ook dát kunnen we blijkbaar maar slecht veranderen. Vrede en voorspoed? De mens blijft zichzelf gelijk. En dat gaat ten koste van die voorspoed voor allen. En ten koste va
n die vrede.

Ja, mensen zijn bezig. Sommige mensen maken geschiedenis, net als Augustus. En sommigen -ván die sommigen- doen hun best, er iets goeds van te maken. Maar dat is moeilijk. Het zit tégen. De economische situatie bijvoorbeeld. En, veel belangrijker: de mens zélf zorgt, dat het niet zo lukt. Omdat de mens geneigd is tot het verkeerde. En ze krijgen ook nog de káns om verkeerd te doen ten nadele van anderen.

En zo is de voortgang vaak een néérgang. Ja, is de óndergang nabij, als het aan die mens ligt.

Is er dan helemaal niets veranderd? Is het saldo van 2000 jaar christendom dan 0 euro 0?
-----

Er is wel degelijk met Kerstfeest, door de geboorte van CHristus, wat veranderd! Want de dingen zijn niet altijd, zoals ze lijken. Er is namelijk nog een tweede "in die tijd". Zie vers 6: "Terwijl ze daar waren". De tijd van Augustus blijkt de tijd van Gód te zijn. "Die tijd", dat is de dag van de vervulling. De dag van de volheid.

Ja, want zo noemt Paulus (Galaten 4:4) de tijd van Christus' geboorte: de tijd. Gewoon DE tijd. De volle tijd, de tijd van de vervulling. Toen ging Jezus, Gods zoon, onze geschiedenis in. DE tijd, dat is het moment dat God bepaalt en kiest. Hij heeft een plan met de wereld en de mensen. Een plan, hét verlossingsplan. Dat plan heeft een tijdsschema. In dat plan heeft Jezus' geboorte en werk een beslissende plaats.

Eeuwen lang hebben vromen daarop gewacht en naar uitgezien. Maar Gods plan heeft Gods tijdsschema. Hij heeft de wekker afgesteld. Die loopt op zijn gekozen moment af. Als Gods zandloper aan de bovenkant leeg is, dan is hij aan de benedenkant vol. En dan begint de beslissende fase.

"Die tijd", de tijd van Augustus, het is Gods tijd. Het is de volheid van de tijd. Het draaipunt in de geschiedenis is gekomen. Niet met de regering van Augustus. Maar met de geboorte van het Kind, neergelegd in de kribbe. God had een termijn gesteld. En die was op dát moment gekomen. Gods wekker liep af, daar in Bethlehem, op die dag.
Gods heilsplan liep niet stuk in de aardse, in onze tijd.

Gods plan gaat dóór. "Die tijd", ze is gekomen. Bijna niemand verwachtte de komst van de Redder op dat moment. Ieder was veel te druk met de volkstelling. Veel te vol van eigen problemen. Maar God dacht aan zijn volk. En aan zijn plan. En toen, op dát moment, was de zandloper vol.
-----

Kerstfeest heeft een datum. Góds datum. Wij willen zo dolgraag op Gods klok kijken. Dat geldt, als het gaat om zijn heilsplan. Dat geldt eveneens voor de zaken in ons eigen leventje. Bijvoorbeeld als het gaat om ons gebed en de verhoring daarvan. Die wensen we op ónze tijd. Maar de Heer heeft een eigen klok. En die loopt meestal niet gelijk met die van ons.

De mensen toen hadden het tijdstip van de komst van de Verlosser al veel eerder verwacht. Eeuwen eerder zelfs. Het duurde allemaal veel te lang. Maar: de tijd wérd vol. De zandloper liep vol. De dagen werden vervuld. Maria bracht het Kind ter wereld. De Verlosser ging de tijd binnen. En dat voor ons.
-----

Want Jezus kwam naar óns toe, naar jou en u en mij. Hij kwam híer. Hij kwam in onze tijd. In de tijd, die wij delen. Waar jij en ik ook een stukje van mogen beleven. Dáár kwam Jezus binnen. Als onze Redder. Hij heeft een stempel op de tijd gedrukt. Hét allesveranderende stempel.

Hij kwam namelijk in een verblijfplaats voor het vee. En werd neergelegd in een voerbak. Er was geen plaats voor Hem. Uiteindelijk geen plaats meer op aarde. Daarom werd Hij gehangen boven de aarde, aan een kruis. En er was evenmin plaats voor Hem bij God. Tótdat Hij die plaats verdiend had. Door te sterven. Verzoenend te sterven. In onze plaats. Om voor óns een plaats bij God te verdienen.

Dát bracht de verandering. Daarom zijn "die dagen" van beslissende betekenis. Het is de tijd van de verlossing. Ieder, die dit Kind, deze Man van smarten aanvaardt als Redder, ontvangt die verlossing ook. En dat heil, die vrede, ze kleuren zijn dagen. Maken zijn dagen góed.

En ze doen hem heenleven naar wat de bijbel noemt "de dag". De dag, waarop zal blijken, dat Jezus écht alles goed heeft gemaakt. En nieuw. Dankzij de volheid van de tijd en het feit van Kerstfeest, komt de Dag. Het einde van de tijd.

Kerstfeest heeft een dátum. En dat is voor u, jou en mij, zusters en broeders, meisjes en jongens, van belang. Van beslissende betekenis. Want dat betekent heil, redding. En toekomst.

Als u, als jij Kerstfeest zó viert, met Jezus, die geboren werd op het scharnierpunt van de geschiedenis, dan is dat voor u en jou óók een beslissend punt. Dan vier jij het heil van Kerstfeest. En dan leef je heen naar DE Dag van Jezus Christus. Als het heil voor eeuwig volkomen voorhanden is en ervaren wordt.

Kerstfeest heeft een datum. Dat houdt in: het heil, mijn redding, uw behoud, het heeft een basis. Gelukkig maar! God zij geprezen! Halleluja!
Amen.

-----


Enkele suggesties voor de liturgie: Schriftlezingen kunnen zijn (naast Luc. 2 : 1-7) Gal. 4:1-5 (over de volheid van de tijd) en 1 Thess. 5 : 1-11 (over de Dag, die komt)

Wat de liederen betreft:
Na de preek zou Gez. 296 goed passen.
In "Zingende Gezegend" van ds. Troost staan ook erg mooie Kerstliederen. Gez. 114 uit die bundel past prima in dit geheel. En ook Gezang 134

dinsdag, oktober 07, 2008

DE RECHTMATIGE KONING KOMT! (preek, Advent)





De rechtmatige koning kómt! (preek voor Advent of na Kerst)

“..…totdat hij komt, die er recht op heeft…” Genesis 49:10


“Ik sta in mijn recht” .
Dat is een uitdrukking, die je best nog wel eens hoort. En die je wellicht zelf ook wel uitspreekt, als je problemen met iemand hebt. Je vindt je recht bést wel belangrijk.

Rechten zijn ook belangrijk. Je moet maar eens lezen over dictators en wat zij met mensen zoal uitspoken! Je ziet er soms ook een miniem stukje van op tv of internet.. Erg, als mensen worden onderdrukt, gemarteld, vermoord soms! Ja, de rechten van de mens moeten gerespecteerd worden.

Er zijn rechten. Niet alleen zaken als vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. Nee, we hebben ook recht op arbeid, op sociale voorzieningen enzovoort.


In de tekst

(dat is dat schuingedrukte zinnetje, dat boven dit stuk, deze preek staat) wordt gesproken over iemand, die recht mag laten gelden op de koninklijke macht, op de heerschappij, op de troon. De wettige troonopvolger dus.

Want aan Juda is heel wat beloofd. Bepaald niet mis! Dat is hem en zijn nageslacht beloofd door zijn vader op diens sterfbed. En die vader, dat is Jakob. En déze Jakob had niet zeven zonen, maar zelfs twaalf. En daar is Juda er één van, de vierde. Hij had dan ook vier vrouwen. Meerdere vrouwen hebben, dat mocht toen, zie je. Dat was de gewoonste zaak van de wereld.

Nu sterft de oude Jakob.
Oud, ja, dat kun je wel zeggen! 147 jaar is hij! De mensen werden in die oude tijd allemaal heel oud. Maar hij sterft. En hij is bepaald niet seniel of dement. Nee nee, hij is heel goed bij de tijd nog. Alle zonen staan rondom zijn bed. En hij geeft elk van zijn zonen een woordje mee. Nou nee, het is niet een woordje. En niet alleen maar een woord tot zijn zonen op zijn sterfbed. Nee, het zijn de woorden van God aan het adres van die zonen. En eigenlijk gaat het over de nakomelingen van die zonen.

Er komt niet voor elk van hen zo'n leuke boodschap. Ze krijgen wel een zegen mee. Maar ook worden telkens dingen gezegd, die moeilijk te slikken waren. Daar hebben ze het dan ook bepaald zelf naar gemaakt, hoor. Er waren nogal wat deugnieten bij. Het was zo nu en dan zo hier en daar een zootje ongeregeld, om het zo maar te zeggen.

Maar Juda krijgt wel dégelijk een goede boodschap voor de toekomst. Juda was de vierde zoon wat leeftijd betreft. Die krijgt de grootste zegen. Je kunt wel zeggen DE zegen van God. Normaal gesproken was voor de grootste zegen de eerstgeborene, de oudste, dé man. De aangewezen persoon, zeg maar. Maar hier wordt een ánder aangewezen. God gaat aan Ruben, de oudste voorbij. Evenals aan zoon 2 en 3.
Juda, de vierde zoon wordt het.

Waarom Juda?
Nou kun je van de drie bóven hem qua leeftijd wel lelijke dingen noemen en dáár dan de reden in zoeken. Zo was de oudste, Ruben, “vreemd gegaan”, zo noemt men dat vandaag, geloof ik. En dat, ja, je hoort het goed, met de vrouw van zijn vader. Ja, het was dan wel diens bijvrouw, maar toch. Niet best!

En de twee daarop volgende in leeftijd, die lieten hun handjes wapperen. En dan nog wel met een wapen erin. Ze hadden namelijk de hele mannelijke bevolking van het plaatsje Sichem uitgeroeid. Dus dat waren ook bepaald de besten niet!

En Juda dan? Een goeie, vrome jongen? Een voorbeeld voor al zijn broers? Nou, nee. Ja, je kunt goede dingen van hem vertellen. Bijvoorbeeld in de vreselijke gebeurtenis met Jozef. Toen die die Jozef, die van die rare, voor zijn broers beledigende, dromen, in een put hadden gedumpt. Die was weliswaar droog, maar toch.

Hij werd als slaaf naar Egypte verkocht. Maar was daar langs een heel moeilijke weg zelfs onderkoning geworden. Toen werd Juda borg voor Benjamin, de benjamin, de jongste van de broers. In diens zak met graan had Jozef, de onder-Farao van Egypte, de zilveren beker laten verstoppen. En daarom werd hij in Egypte vastgehouden. Jozef borg voor zijn broer bij zijn vader. Hij ging staan in diens plaats.

Toch moeten we de reden, dat Juda de grote zegen krijgt, niet daarin zoeken. Juda had totaal niets verdiend bij God. Hij was geen enkel haartje beter dan de rest van de broers. Hij kreeg die zegen, omdat de HEER het zo wilde. Hij was daar voor uitgekozen Het was gáve, een geschenk. En daar betaal je toch nooit voor?

Daar mogen wij, u jij en ik,

ook wel eens weer aan herinnerd worden. Als God ons iets geeft -en Hij geeft niet maar iets, zelfs meer dan heel veel, Hij heeft álles gegeven en geeft ons elke dag alles- is dat nooit verdiend door de mens. Dan is dat altijd gegeven, zonder dat er ook maar iets tegenover staat.

Wij leven van, zoals de bijbel dat noemt, genade. Dat betekent zoiets als: we zijn bedelaars. We moeten dagelijks onze hand ophouden. Je begrijpt wel: daar zijn we niet gelukkig mee uit onszelf. En dan druk ik het nog heel erg zwak uit. In wezen verzet alles in ons zich daartegen. We willen ook bij God verdienen, wat Hij ons geeft. We willen ervoor werken, ploeteren, vechten desnoods. Maar gave? Nooit!

En toch is alles genade, gave, geschenk.
We verdienen totaal niets! Daar moeten we telkens weer heel goed van doordrongen worden. We moeten maar niet teveel capsones maken. Want met een boel lef en praatjes kunnen we bij mensen soms heel wat máken. Maar bij God vallen we door de mand. Hij heeft ons dóór, zie je. Hij is immers onze schepper? Of we dat nou willen erkennen of niet, het is een feit.

Dus doe je niet beter vóór dan je bent. Ga maar als klein mensje naar God. En bedel maar om een aalmoes. En dan word je niet teleurgesteld. Soms krijg je, waar je niet eens om gevraagd hebt. Krijg je een geschenk, puur omdat God dat wil. Omdat Hij het zo bepaald heeft. Omdat Hij je daarvoor heeft uitgekozen.

Dat overkwam Juda. Hij kreeg de grote zegen. Hij kreeg macht, heerschappij. Hij mocht heersen over zijn broers. In de toekomst zou de koninklijke waardigheid in zijn stam, onder zijn nakomelingen, bekleed worden.

Macht is een gewild artikel.
We zijn er dol op. In wereld is veel macht te verdelen. En er is veel macht gepákt. Gestolen dus eigenlijk. En vaak wordt die macht uitgeoefend over medemensen. En dat gaat ten koste van die onderdanen. Die zijn eigenlijk onderworpenen. En ze wórden vaak onderdrukten.

Overal in de wereld komt dat voor. Volkeren worden onderdrukt. Maar ook volksstammen, bevolkingsgroepen, stammen, minderheden. Mensen worden onderdrukt, mensen met bepaalde opvattingen, godsdienst bijvoorbeeld. Mannen misbruiken hun macht tegenover hun vrouw, hun kinderen.

En dat is erg. Dat is machtsmisbruik. En het gaat tegen Gods wil in. Daarvoor heeft hij mensen niet hun macht gegeven. Laat ieder zich daarvoor in zijn eigen positie bewust zijn. Ook al is het misschien een klein kringetje, ieder machtsmisbruik is in strijd met Gods wil.

Hier wordt aan Juda macht toegezegd.
Van koninklijke heerschappij is de scepter, de heersersstaf het symbool. De volksstám, die uit Ruben voort zal komen, krijgt een leidende rol. Het wordt de koninklijke stam, kun je zeggen. Die stam zal de koning voortbrengen. De eerste was nog uit een andere stam: Saul, uit Benjamin.

Maar de tweede was de koning: David. En dat koningschap was erfelijk. Totdat het volk mét zijn koning het wel heel erg bont maakten. Zó erg, dat ze in ballingschap weggevoerd werden. Maar het volk kwam terug. Maar toen kwamen de Romeinen. En daarmee was het gedáán met het koningschap. “Totdat”, zegt Jakob namens God.

En dat woordje is belangrijk. Dat woord werd voor Israël Advent. En dat woord zegt: het is niet uit, niet gedaan. "Totdat" zegt: dat is maar tijdelijk. Er is een advent, een hij, een komen van weer een koning. Er is iemand, die er récht op heeft. Recht op het koningschap. Recht op het koningschap over alles en iedereen.


En hij is gekomen.
Je begrijpt het al: die koning, die recht heeft op de heersersstaf, de heerschappij, is Jezus, de beloofde koning. Dwars door alles, inclusief de ballingschap, heen, waren de kinderen van God op hem blijven wachten: de beloofde Messias. Dat betekent: Gezalfde. De koning dus, door God aangewezen en aangesteld. De koning ook die van God de gaven had ontvangen voor zijn taak. De ware, ideale koning.

En Advent is vervuld. Kerstfeest is gekomen. En die Koning is uit de stam van Juda.
Hij is de rechtmatige koning van Israël. Maar hij is méér. Hij is ook de Zoon van God. En dus is Hij God, met alle macht. En Hij draagt de kroon, om te heersen over al wat er is. Hij heeft recht, om ook mijn en jouw koning te zijn.

We zullen dus voor hem moeten buigen, hem vereren, jij en ik.
Dat is nog geen simpele zaak. Want Hij is naar onze begrippen een vreemde koning Kijk maar: een krib, een voerbak voor dieren. Kijk maar: een kruis. Wie wil zich daar nou aan onderwerpen?

Maar toch de echte koning, die heerst. Dat was toen hij als mens op aarde was, ook te zien. Als je goed keek, zag je zijn koninklijke macht: over wind en water.Over ziekte en dood. En over degene, die áchter die ellende stond: boze. De boze,in de bijbel duivel of Satan genoemd. Jezus behéérst de ellende. Want Hij is machtiger dan de duivel. Jezus, die gééft leven. Want Hij is leven. Hét Leven. Want Hij leeft door graf en dood héén.

In de toekomst komt Hij wéér.
En dan blijkt zijn heerschappij over alles en iedereen. En dan maakt Hij alles nieuw. Spiksplinternieuw!

Ook nu heerst Hij, rechtmatig.
God, zijn Vader, staat achter Hem. En dat kun je merken. Dat is voor velen onzichtbaar. En ongelooflijk, niet te geloven, te aanvaarden. Maar als je dat wél aanvaardt en gelooft, dan kun je daar veel aan hebben.Dan voel je soms zo duidelijk zijn arm, om je heen!

Hij wíl troosten, helpen, en beschermen. En Hij kán dat ook. In alle omstandigheden. Hij slaat zelfs zijn arm om je heen, als je de dood in moet.
Daar kun je op rekenen. Want dat heeft Hij beloofd beloofd. Je kunt op Hém aan. Hem kun je vertrouwen. Vertrouw jij je ook aan hem toe? Hij heeft daar récht op, zie je! En je krijgt er nooit één milligram spijt van!

Amen.

Voorstel voor een orde van dienst.

Eventueel vooraf: Ps. 72:1,3
Na stil gebed, “Onze hulp” en groet:Ps. 72:5,6
[[[ in ochtenddienst: Schuldbelijdenis: Psalmen 130:1-3
Woord van vergeving: Psalmen 130:4 en 7-8
Wil van God voor ons leven:Matteüs 5:14-20
Zingen:Gez. 449:5 ]]]

Gebed om de Geest
Schriftlezing: Genesis 49: 1-12
Zingen: Ps. 89:12,13
Schriftlezing: 1 Kor. 15: 20-28
Zingen: Gez. 296 : 1,3
Preek
Zingen: Gez. 121 : 2,4

Gebeden

Offers
Zingen: Gez. 281: 1,2,3
[[in tweede dienst geloof belijden]]
Zingen: Gez. 281: 4
Zegen.



Hulp bij de dienst van de gebeden.

Doe schuldbelijdenis, óók voor zonden op het gebied van het sexuele leven, zoals Ruben. En voor gewelddadigheid, ook met woorden en in gedachten, zoals Simeon en Levi.
Bid, dat machtsmisbruik, in het groot én in het klein, op mag houden. En dat wie eronder gebukt gaan, ervan verlost worden. En kracht en troost ontvangen.
Dank, dat God zich tot ons richt. En dat nog wel met een heerlijke boodschap….
Vraag om een open oog voor de liefde van Jezus.
Vraag, dat je Jezus, de koning, aanvaardt en voor Hem buigt. En (meer) uit Hem en zijn liefde gaat leven. En zijn recht, zijn gaven en wensen, uitdraagt.

Bid voor ouderen met hun moeiten…. Bid voor mensen, die moeten sterven….

maandag, september 15, 2008

O, WAS IK MAAR DOOD! (preek)



O was ik maar dood…!

…verlang ik ernaar te sterven… Filippenzen 1:23

Voorstel voor een orde van dienst:

Ter inleiding zingen: Zingende Gezegend 198 : 1,5,6,7
Stil persoonlijk gebed
Toewijdingswoord en groet
Zingen: Psalm 17 : 3,7

[[in ochtenddienst:
Als schuldbelijdenis lezen Daniël 9 : 15 en 19
en zingen Psalm 5 : 2 en 6
Want voor wie vertrouwt op God geldt:
lezen Romeinen 8 : 1,2
Gods wil: Romeinen 12 : 9-21
en zingen Psalm 19 : 3 ]]

Gebed om opening van Gods Woord
Schriftlezing: Filippenzen 1:12-26
Zingen: Psalm 73 : 9 en 10
Verkondiging over Filippenzen 1: 23 “Verlang ik ernaar te sterven…”
Zingen: Evangelische Liedbundel 413 : 1,2, en 4

Dienst van de gebeden

Dienst van de offers
Z
ingen: Gezang 279 : 1, 6 en 7

[[in tweede dienst: Geloofsbelijdenis, 12 artikelen
Zingen: Gezang 281 : 4]]

Zegen
Beaming met samenzang: Gezang 456 : 3


Verlangen om te sterven, daar hoor je nog wel eens van. Vaak klinkt het wat ruwer en rauwer. Zo van: “was ik maar dood!”

Kunt u dat begrijpen? Of vindt u het leven nog steeds mooi, waard om geleefd te worden? Ook als je ziek wordt, of “gewoon” oud, blijven er meestal nog genoeg dingen over, waar je van geniet. Kleine dingetjes, heel gewoon, maar toch.

Maar er zijn óók mensen, die best wel verlángen naar het einde van dit bestaan. Er zijn zelfs mensen, die een euthanasie-verklaring op zak hebben. Of die vrágen om euthanasie. Dat is dan vaak, omdat ze lijden. Lichamelijk lijden, maar soms ook psychisch. En dan vinden ze dat lijden ondrágelijk. En ze achten hun bestaan mens-onwaardig.

Nu kun je over die zaken verschillend denken. Christenen zeggen dan wel: zou God je dan meer te dragen geven dan je kúnt dragen? Nee toch? God heeft veel kracht, álle macht zelfs. En daar deelt Hij van uit aan wie dat vraagt. En zou HIJ willen, dat we onder de vracht bezwijken? Geen denken aan! Daarom geeft Hij ook álle kracht die we nodig hebben om die zak op je schouder, die je mee moet zeulen, te dragen.

En daar ben ik het mee eens. Sterker nog: dat wéét ik uit eigen ervaring. Ik heb elke dag veel draagkracht nodig. En ik vraag er elke morgen om. En elke avond moet en mag ik God loven. Want ik kréég en krijg die kracht. Elke dag weer. Zodat ik elke dag kan genieten, toch, ondanks alles. Niet, dat ik dat altijd doe. Maar er is réden voor, elke dag.

Conclusie voor ieder, die de Heer kent: niet klagen, maar dragen en vragen om kracht! Dat is een regel uit een veel langer gedicht trouwens, maar goed. Het is wél de weg, die we moeten, mogen gaan. En die weg is begaanbaar. Die kún je gaan, tot het einde toe! Dat geloof ik met heel mijn hart.

Maar als je nou de Heer Jezus niet kent, en hem niet liefhebt? Dan vraag je óók niet aan hem om kracht, toch? En als je dan lijden op je bordje krijgt? Lichamelijk, psychisch misschien. En als je dat lijden dan als ondragelijk ervaart? Want dat kán. Ja, dan kan het gebeuren: dat je ernaar verlángt om te sterven. Dat je mensen vraagt, je te helpen om dood te gaan.


Nou zegt Paulus, het staat hierboven,: “Ik verlang ernaar te sterven”. Dat lijkt iets dergelijks te zijn. Maar dat moet u maar niet denken. Het is niet zo, dat Paulus, de schrijver van deze brief aan de gelovigen in Filippi, ook te maken krijgt met lijden. En daarom wil, dat er een eind aan komt. Aan dat lijden, aan zijn léven.
Nee, dáár gaat het hier niet om. Hier is de achtergrond heel anders. Er is een andere reden. En het is in wezen een heel ander verlangen. Laten we maar eens kijken.

Er is wél sprake van lijden. Dat was erg vaak het geval in zijn leven. Het dienen van Jezus kostte hem erg veel. Toen hij deze brief schreef aan de gemeente in Filippi, zat hij in de gevangenis. En dat was bepaald geen luxe hotel! Hij was al voor de rechter geweest. En hij wachtte op de uitspraak.

En dat dubbeltje kon twee kanten op vallen. De kant van de vrijspraak. En dat betekende: weer vrij, aan het werk, opnieuw lijden enzovoort. Of veroordeling. En dat was de doodstraf. Wat zou u kiezen? Ik zou kiezen voor vrijspraak, voor het léven. En Paulus?

Hij zegt: er wordt van béide kanten aan me getrokken. Of anders gezegd: binnen in me klinken twee stemmen. De ene zegt: vrijspraak is beter. Dat is beter voor de mensen van al die gemeenten. Hen kan ik dan nog dienen.
Maar de andere stem zegt: Sterven, daarmee ben je beter af. Dat is beter voor jezélf.
Ja, zegt Paulus: sterven is het allerbeste voor mij.

Nou weet ik: uiteindelijk kiest Paulus voor vrijspraak. En hij rekent er ook wel op, dat dit zál gebeuren. En daarmee terugkeer naar Filippi en naar andere gemeenten. Naar de mensen, die hem nog zo nodig hebben. Naar het werk, want er is nog zoveel te doen in Gods dienst. Nog zoveel mensen moeten horen van Jezus’ liefde. En opgebouwd worden in het geloof.

Voor hem zélf is sterven verreweg het beste. Maar er is daarbij geen levensmoeheid in het spel. Integendeel. Want Paulus denkt, wéét eigenlijk, dat er nog veel te doen is voor God en zijn rijk. En hij denkt: ik daar nog méér aan bijdragen? Graag! Nee, Paulus is het leven niet beu.

En dit is eigenlijk zelfs geen verlangen naar de dood. Naar de dood zonder meer, de dood op zichzelf. Een gelovige verlangt niet naar de dood. Ook voor hem is de dood een pikdonker gat. En hij weet: de dood is een vijand. Dat zegt de bijbel namelijk. Een vijand, die zéker verliest. De dood gaat eráán. Die is op sterven na dood. Maar hij lééft nog. Hij kan je pijn doen. En dat doet hij ook. Zoveel mogelijk zelfs.

Want de dood, die scheurt je los van alles, wat je lief is hier op aarde. Je moet afscheid nemen van je werk, van je vrienden, van je familie, je vrouw, je man, je kinderen misschien. En die zullen je missen, als je weggerukt wordt. Die hebben ook pijn, omdat ze afscheid moeten nemen.

Paulus is nog niet oud ook. Kijk, wij zeggen: als je oud bent, dan kom je steeds dichter bij de dood. Dan moet je er rekening mee houden, dat je verblijf hier niet zo lang meer zal zijn. Maar dat betekent niet, dat je naar het sterven moet verlangen, omdat het zo moeilijk wordt. Omdat je pijn hebt. Omdat je steeds minder kúnt. Omdat de eenzaamheid steeds groter en moeilijker te dragen valt.

Dat kan allemaal heel erg zwaar zijn. En dat je daarvan verlost wilt worden, natúúrlijk. We zijn allemaal mensen. En dat weet God ook. Dus zal die wens altijd méé spelen. Maar als er niet méér in je hart en gedachten leeft…

Dán ga je naar de dood verlangen, om van die pijn en moeite en eenzaamheid verlost te zijn. Ja, de Heer wil en zal ons daarvan verlossen. Gelukkig wordt eens alles volmaakt en goed. Maar of dat nu DE reden is, de enige of belangrijkste reden, om te verlangen naar het einde, nee.

Want Paulus zegt wat anders: ik verlang te sterven en -meteen daaraan verbonden, als de invulling- bij Christus te zijn. Dát is het allerbeste. Dáár verlangt hij naar, met alles wat hij in zich heeft. Bij de Heer te zijn, Hem te zien, dat is werkelijk het allerbeste. Er is niets dat daarmee ook maar enigszins te vergelijken is.

Bent u het daarmee eens trouwens? Gaat het om hém in uw leven?

Dan kun je verzadigd zijn van het leven. Dan kun je last hebben van je beperkingen en graag willen, dat daar een eind aan komt. Dan kun je vooral ook last hebben van die zonden, die telkens weer de kop opsteken. Dan verlang je ernaar, van je zondige hart, je zonden doen, je zondig zijn, verlost te worden.

Maar dan verlang je vooral, bij Christus, je Heiland te zijn. Dan is die donkere dood de poort naar het leven. Dan is IN die donkere tunnel licht. Want dan is je Heer bij je. En hij gaat met je mee. Hij neemt je bij de hand. En leidt je door die tunnel. Naar een leven in glorie, in heerlijke volmaaktheid. Want het is een leven met Christus, je Heer.

Paulus zegt: ik verlang ernaar, de Heer te zien. Dat verlangen heeft in beginsel niets te maken met omstandigheden, leeftijd of wat dan ook. Het gaat om verenigd te worden met je Heiland.

Dáárom wil Paulus heen gaan. Hij verlangt ernaar, de tent op te breken, zoals er letterlijk staat. Of: het anker te lichten en naar de laatste haven te gaan.

De havenplaats kénnen we nog niet. Daar wordt in de bijbel alleen in béélden over gesproken . Maar het valt niet tegen. Het valt in alle opzichten méé. Daar kennen we God toch goed genoeg voor? Hij is beroemd om de aangename verrassingen, waar hij voor zorgt!

Jerusalem, stad met de paarlen poorten, naar u verlang ik. Maar vooral hierom: daar zal ik mijn Heer ontmoeten!


Amen

Suggesties voor de dienst van het gebed:


Allereerst God loven, omdat Hij (jou) nog het leven geeft. En danken voor de kracht, die Hij gééft om te leven.
God prijzen voor al het mooie en goede, dat er altijd nog is.
Bidden voor hen, voor wie het leven zwáár is en wordt... Bidden om dráágkracht voor hen.

Bidden voor oudere zusters en broeders. En dat de gemeente aan hen denkt, en niet alleen met woorden...
Voor mensen die moeten sterven...
Vragen, (meer) verlost te worden van egoïsme, ook met het oog op de dood en doodsverlangen. Dat we zien, hoeveel werk hier nog te doen is... En moed en kracht daarvoor krijgen we ook op het gebed...
Danken, dat de dood een verslágen vijand is!
En dat de Heiland je bij de hand wil pakken en door de donkere tunnel wil leiden.
En dat áchter die tunnel de lichtstad ligt...