woensdag, mei 14, 2008

WIE IS JOUW FAVORIETE KONING(IN) ? (preek)

Wie wil jij als koning?

Voorstel voor een orde van dienst
Eventueel vooraf: zingen Psalm 93
Na stil gebed ter voorbereiding op de dienst, votum en groet: Gezang 477

(In ochtenddienst:
Gods wil voor ons leven:
Matteüs 32:37-40 en zingen Gezang 478:4,5,6,7)

Gebed om de Geest
Schriftlezing: Rechters 9:6-21
Psalm 99:1,3,4
Preek over vers 8a
Na verkondiging: Gezang 476:5
Dienst van de gebeden
Dienst van de offers
Slotlied: Zingende Gezegend 265:3,4
(In middagdienst: Geloofsbelijdenis van Nicea en Gezang 409:5)
Zegen

“Eens gingen de bomen eropuit om een koning te kiezen.” Rechters 9:8a


Machtsmisbruik, deze wereld is er vol van. In het groot, in het klein. Krijgsheren met een zwaarbewapende bende achter zich, die een dorp uitmoorden. En dat puur, omdat de inwoners behoren tot een andere stam of clan. Politieke coalities, die hun plannen doorvoeren, ook al zijn er redelijke argumenten aangevoerd tegen die plannen. “Gewoon” omdat ze de meerderheid in de Kamer bezitten.

Dichterbij ons lijf: een man, die zijn vrouw en kinderen terroriseert. Omdat hij nu eenmaal de sterkste is. Een klas, die een jongen of meisje het leven vergalt, dat niet in de pas loopt met die klas. Samen ben je sterk immers? Een kind, misbruikt door zijn vader. Omdat die gewoon veruit de sterkste is. Och, ik zou nog veel meer voorbeelden kunnen noemen.

Overal kom je misbruik van macht tegen. Tot in de kerk toe zelfs. Terwijl die toch een beeld zou moeten laten zien van het komende rijk vol vrede. Maar ook daar heeft soms het getal méér te koop dan Gods woord. En ook daar kunnen soms een paar mensen een of andere verantwoorde vernieuwing tegenhouden. Puur door zich te beroepen op gewetensbezwaren of gevoelens en niet op argumenten. Of daar kan een kerkenraad een besluit nemen, dat voor de gemeente niet goed is. Omdat het te vroeg komt.

Dat verwacht je niet binnen de kerk, misbruik van positie en macht. Macht, invloed kan groot gevaar opleveren. Het kan in de kerk de voortgang van de goede tijding belemmeren. Daarin bezig zijn, het is geen zaak, waar je vanuit jezelf op uit moet zijn. Alleen als God je roept tot een bepaalde taak. En tot een plaats, een positie, die in zeker op zich macht, beter: gezag, met zich meebrengt.

Gideon was er niet op uit, macht uit te oefenen. Hij had bepaalde invloed en macht. Maar die had hij gekrégen. Hij was namelijk geroepen, om richter te zijn. Eerst maar eens even uitleggen, wat dat voor een “beestje” is, een richter. Als je bij het woord denkt aan rechter, rechtspreken, dan heb je het goed. Maar je moet ook aan gerechtigheid denken. Een richter was rechter. Als er problemen waren tussen mensen kon hij erbij geroepen worden. Dan had hij de taak, een uitspraak te doen in zo’n zaak.

Maar gerechtigheid in een ander opzicht kwam ook aan de orde. Een ander volk kon Israël binnenvallen. Dan moest een richter namens God optreden. Hij moest dan de vijand verjagen.

Daartoe was Gideon destijds geroepen. Hij had zich goed van zijn taak gekweten. Wé zaten erl flinke plooien in zijn optreden. Zo had hij een flinke harem, vertelt de bijbel. Zo kwam hij dus aan 70 zonen. En hij liet een schitterend priestergewaad maken. En daar liet hij het volk afgoderij mee plegen.

Maar toen het volk hem het erfelijk koningschap aanbood, toen weigerde hij toch resoluut. “De HEER is uw heerser”, zei hij. Terechte opmerking. God heeft het voor het zeggen. Dus: als er een koning moet komen en als ik die koning moet zijn, dan zou de HEER dat wel laten weten, zo is Gideons visie. Dus blijft Gideon “gewoon” richter, tot aan zijn dood.

Maar het volk is toch beslist “in” voor een koning. Daar maakt één van de zonen van Gideon handig gebruik van. Die zoon, van een bijvrouw, heet Abimelech. “Mijn vader is koning” betekent die naam. En als Gideon die naam gegeven heeft, dan zit er toch een verdacht luchtje aan, vindt u niet? Nou ja, als je 70 zonen hebt, dan kun je met de naamgeving wel eens in de problemen komen, zeg nou zelf!

Maar goed, die Abimelech liet zich in Sichem, waar zijn moeder vandaan kwam, tot koning uitroepen. Want hij ziet het koningschap wél helemaal zitten. Een schitterende baan toch? Hij ziet het al vóór zich: heel het volk aan zijn voeten. Het hele land onder zijn bewind. En hij wonen in een prachtig paleis in de hoofdstad Sichem. Wie doet je wat! En dan zelf kunnen doen, wat je wil! Een luizenleventje toch? (afbeelding: Sichem)


Ja, want we moeten denken aan een absoluut koning. Geen sprake van democratie, geen parlement. Nee, de koning bepaalde toen alles. Dat wil zeggen in Israël: hij deed, wat God hem opdroeg. Niets anders, niets minder, niets meer.
Abimelech ziet het anders. Hij ziet koning zijn als: doen wat je zelf wilt, ten koste van alles en ten koste van iedereen.


En daarom begint hij meteen met een vreselijke gruweldaad. Hij neemt al zijn broers gevangen. En laat ze vervolgens onthoofden op dezelfde rots. Nou, bepaald een stevige basis onder je koningschap: een grote plas bloed! Door de moord op zijn eigen broers en halfbroers. Gruwelijk! Als zoiets koning is!

Nu is de jongste zoon van Gideon, Jotam, erg slim geweest. Hij had zich verstopt en is zo aan de dood ontkomen.
En hij mag dan de jongste zijn, de domste is hij niet. Integendeel, hij blijkt erg wijs te zijn. En vanaf de berg Gerizim spreekt, beter: roept, hij de inwoners van Sichem, in het dal, toe.

Hij vertelt een fabel. Nu, velen van u zullen “de Fabeltjeskrant”, het kinderprogramma op tv, dat ook door veel volwassenen bekeken werd, nog wel kennen. De uil vertelde verhalen over dieren, die sprekend en handelend werden ingevoerd. Ja, “want dieren zijn precies als mensen”. En dat klopt. En mensen zijn soms ook precies als dieren, zou ik erbij willen -en moeten- zeggen.

In de fabel van Jotam worden bomen sprekend en handelend ingevoerd. Bomen blijken dan precies als mensen te zijn. Van bomen kun je dan leren.
“Eens gingen de bomen er op uit, om een koning te kiezen”. Wie wil er koning worden? Jij misschien? Of jij? Ja, want het wordt een echte zoekpartij. Het wordt een hele tour, om er één te vinden.

Eerst komen ze bij de olijfboom. “Hé olijfboom, wil jij onze koning worden?” De olijfboom is een hele boom, kan honderden jaren oud worden en blijft vreselijk lang, jaar in jaar uit, vrucht dragen. Een heel nuttige vrucht, gebruikt om olie te maken. Voor voedsel, voor de lampen.
“Nou”, zegt de olijfboom, “dat olie geven wil ik blijven doen. Bedankt, dat jullie aan mij gedacht hebben. Maar nee, alsjeblieft, zeg. Ik zie me al wat staan wuiven met mijn takken en bladeren. Ik ben daar niet geschikt voor. Ik ben niet beter dan jullie. Ik wil geen superboom, geen koning zijn. Zoek maar een ander”.


Dan maar naar een ander, de vijgenboom. “Zeg vijgenboom, wil jij misschien onze koning wezen?” Maar wéér vangen ze bot. De vijgenboom levert elk jaar heerlijke vijgen. En dat wil hij maar zo houden. Niks geen wuiven boven de andere bomen. “Dank je stichtelijk!”.




Kom op, naar de wijnstok. Die wil vast graag, want dat is zo’n onooglijk ding. Van zijn hout kun je nog niet eens met goed fatsoen iets timmeren! “Wijnstok, wil jij onze koning zijn?” Maar wéér lopen ze een blauwtje. De wijnstok wil óók blijven, zoals God hem gemaakt en bedoeld heeft: leverancier van druiven. “Dank je feestelijk!”


Dat wilde Gideon ook. Niet koning worden, maar blijven waartoe God hem geroepen had en waarvoor hij bestemd was: richter zijn.

Ten einde raad gaan de bomen naar de doornstruik, met dezelfde vraag: “Wil jij koning over ons worden?” ’t Is een noodsprong, maar ja, wat moet je. Ze moeten en zullen een koning!
En de doornstruik ziet het wel zitten. Helaas betekent dat niets goeds voor de “onderdanen”. Hij belooft schaduw, dat wil zeggen: bescherming. Maar dat kan die armzalige struik niet bieden. Integendeel, als je te dicht bij hem komt, loop je de kans op prikken en schrammen. Bovendien, een doornstruik kan goed en fel branden. En kan dus een flinke vernieling aanrichten. Zo kan een bos van prachtige ceders op de Libanon erdoor verwoest worden!

De inwoners van Sichem zijn ondankbaar geweest jegens Gideon. De zonen van hun weldoener gingen ze voorbij. En de zoon van een bijvrouw wordt tot koning verkozen. Maar ze komen er bedrogen mee uit. Lees het vervolg in het boek Rechters er maar op na. Niets dan ellende, oorlog en dood.
Ja, dat had Jotam goed gezien. Want hij bedoelt, zijn vader en broers te rehabiliteren. Maar er zit toch nog méér in die fabel van hem. Iets, wat ook voor óns van groot belang is.


Kijk, eigenlijk moeten we heel die episode over Gideon in het boek Rechters lezen. Of nog beter: het hele boek. Dan kom je diep onder de indruk. Aan de ene kant: onder de indruk van de zonde van Israël. En van hun vasthoudendheid. Ze hielden de zondige poot stijf. Telkens wéér vervielen ze tot afgodendienst. En dan kwamen er weer vijanden. Om te moorden. En om ge- en vermoord te worden. (plaatje: afgod Moloch)

En nu moet u niet meteen zeggen: wat een barbaren waren de mensen toen toch! Want in dat opzicht is er niet zoveel veranderd. Volkerenmoord, misdaden tegen de mensheid zijn er nóg, volop! En dichtbij ons leven de slachtoffers van seksueel misbruik. En stille tochten zijn er telkens weer, na het zoveelste zinloze geweld. Helaas, het blijken eigenlijk zinloze tochten. Het geweld blijft. Want weet u, het is van alle tijden. Het zit in ons hart namelijk, weet u! Ook in dat van mij en jou! En willen we rust krijgen, dan moeten we dat aan God belijden…

Maar het was, óók in die tijd, heel erg! Om moe van te worden! Je zóu zo’n volk toch! Je zou ze in hun eigen sop laten gaar koken, dat in elk geval. Maar God had beloften gegeven. Hij had zichzelf gegeven. Zich verbonden aan dat volk. Daarom werd Hij niet moe, om er telkens weer iets aan te doen. Ze te verlossen van de problemen, die ze zelf over zich heen hadden geroepen. Hoe vreselijk ontrouw ze ook bleken, telkens weer, God bleek en bleef trouw. Dáárom kwam steeds weer die verlosser. Die werd geroepen om te verlossen. Die kreeg kracht en wijsheid van God.

Maar Abimelech maakte zichzelf tot verlosser, tot koning nog wel. Terwijl hij niet geroepen was door DE koning van Israël, God zelf. En dan leer je als volk, als kiezers dus, door schade en schande een les. Namelijk, dat je met een selfmade koning, een slechte man, die koning wil zijn, bedrogen uit komt. Dan beland je van de regen in de drup. Als we het in het rijk van God van mensen zouden moeten hebben… Als je het in gemeente en kerk van mensen verwacht, komt er niets van terecht.

Gelukkig, God blijft trouw. Hij heeft een koning gegeven. Eerst koning David. Maar uiteindelijk, door allerlei diepten heen, de Koning. Koning Jezus, door God zélf als koning gezalfd. Denk maar aan de doop van Jezus. Toen kwam de Geest neerdalen. Die wees Jezus als koning aan. En door die Geest verrichtte koning Jezus zijn werk.

Een koning is Hij, die zijn macht niet misbruikt. Maar zijn almacht gebruikt ten dienste van zijn onderdanen. Die ook priester is. En die priesterdienst verricht zonder weerga! Een eenmalig offer, voldoende om álle zonden voorgoed weg te wissen. Op Golgotha namelijk.



Een koning is Hij, die zijn onderdanen zó verzorgt, dat ze gelukkig zijn. Hij leidt zijn onderdanen naar de vrede. Waar Hij heerst is al vrede. En Hij gaat met de zijnen door de dood heen naar het leven in het eeuwige vrederijk. Ja, dát is pas een koning!


Wie wil jij als koning in en van je leven? Je zou zeggen: geen vraag. Déze koning uiteraard! Daar héb je wat aan. Aan aardse machthebbers héb je niet zoveel. Ze laten je hier soms al stikken. En na de dood is hun macht afgelopen. En geld en macht, die machten bedriegen je ook. Ze verteren je. Zoals de doornstruik zijn omgeving plat kan branden. Het zijn in wezen boze machten. Ze voeren je in opdracht van de duivel naar de ondergang.

Wie wil jij als koning dus? Natuurlijk koning Jezus. Ja, maar er is een probleem. Die koning ziet er niet uit! Een koning aan het kruis. En zijn macht lijkt niet zoveel voor te stellen. Van de macht blijkt weinig. Van die vrede is nog zo weinig te zien. Wat moet je ermee! Ja, het blijft voor 100% een kwestie van geloof.

En toch: ik kies voor Jezus. En ik raad u en jou aan, dat ook te doen. Want schijn bedriegt. Die macht van aardse leiders is gezichtsbedrog. En eens blijkt dat. Dan blijkt Jezus de almachtige heerser voor altijd. Tjonge jonge, dat wordt wat! Jezus als je koning hebben, dat is het helemaal!
Kies dan nu nog, wie je dienen wilt. Om Jezus te dienen als je koning, moet je wél zelf van de troon áf. Moet je de aanspraken op zelfbeschikkingsrecht opgeven. Moet je tot óvergave komen. Je zaakjes uit handen geven. En in de handen leggen van koning Jezus

En als Hij het voor het zeggen krijgt, dan ga je wat beleven! Een eeuwig vrederijk, tot aan de nok gevuld met gerechtigheid. Nu nog niet,nee. Maar het komt, reken maar van yes! En een leven in vrede, vrijheid en vreugde, voor altijd. Ook daarvan geldt: hier en nu nog niet. Nog niet altijd tenminste. Maar ook dát zit er aan te komen, wis en drie!

Amen.

Suggesties voor de dienst der gebeden:

Gebed om geen misbruik te maken van de situatie, de gelegenheid en mogelijkheid, om onszelf te bevoordelen ten koste van de ander.
Belijden, dat we geneigd zijn, dat wél te doen.
Bidden, om onze positie en macht góed te gebruiken, ten báte van de ander.
Bidden, om onszelf niet te overschatten, maar ook onze gáven te zien en te gebruiken.
Gebed om zich op Jezus, onze koning. Ook om hier en nu al tekenen te vertonen van de vrede, die Hij tot stand heeft gebracht.
En om uitzicht naar het komende vrederijk.


maandag, april 21, 2008

AFSCHEID, MAAR HOE! (preek, voor Hemelvaart)


AFSCHEID, MAAR HOE!

Terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen... Lucas 24:51

Afscheid nemen is meestal niet zo fijn. In het Frans zegt een spreekwoord, dat het een beetje sterven is. En soms voel je dat ook. De ouders en partners van de militairen, die bij een, soms gevaarlijke, vredesmissie worden uitgezwaaid op Schiphol, zullen dat duidelijk voelen. Zullen ze ongedeerd terug komen? De afstand is ook zo groot. Je kunt ze niet zien of horen. Ze zijn zo ver weg!

Afscheid nemen doet vaak pijn, jawel. En toch is het leven er vol van. En hoe ouder je wordt, hoe meer je dat merkt. En dan gaat het vaak om afscheid, dat zo definitief is. Afscheid op het kerkhof. Iemand verdwijnt voorgoed uit je leven. En bij het ouder worden vallen er steeds meer slachtoffers van die grote en laatste vijand. Je wordt steeds eenzamer, steeds meer onwennig op deze aarde, in dit leven.


Jezus is ook heengegaan. Hij had het wel van tevoren gezegd. “Ik ga heen, naar mijn Vader, die ook jullie Vader is.” Ja, maar intussen is hij wél weg! En de leerlingen zijn alleen. Alleen in een vijandige wereld. En dat met een opdracht, om “u” tegen te zeggen. En dat doen we vandaag de dag niet meer zo gauw, dat weet u.

Een héle opdracht! Want ze moeten die wereld in, de goede, blijdschap gevende boodschap brengen. De goede tijding van redding. En Jezus, de Redder vertegenwoordigen. Hem als het ware tegenwoordig laten zijn. En dat is me nogal wat! En dat Jezus er in die situatie nu niet meer zal zijn. Hoe kán die trouwe Meester dat nou doen!

Nu kun je op verschillende manieren bij iemand weggaan natuurlijk. Je kunt weg vluchten, iemand verlaten. Dat hadden zijzelf gedaan in de hof, toen de soldaten kwamen. Je kunt plotseling weggaan. Jezus had eerst afscheid genomen. En had zijn beloften achtergelaten.


Nu vertrekt Hij. Hij gaat heen, met zijn handen uitgebreid ten zegen. Het laatste wat ze van hem zien, dat zijn zijn handen, in een gebaar van zegening uitgebreid. En ze hebben het begrepen. Dat blijkt, want ze gaan vol vreugde en moed naar het hol van de leeuw: de tempel.

Vreugde en moed, dure en belangrijke artikelen op de markt van het leven! Het kan best zijn, dat je niet bijster geïnteresseerd bent in Hemelvaart. Maar moed en blijdschap, enthousiasme? Ja, alstublieft! Hoe komt het, dat de leerlingen schaarse dingen blijkbaar putten uit het afscheid van Jezus. Wéten? (Lees dan vooral verder!) Luister dan vooral!


Het is al 40 dagen geleden, dat Jezus uit het graf gekomen is. In die dagen heeft Hij telkens wéér moeten zeggen en laten zien, dat Hij leeft. 40 dagen lang! Wat een geduld! Zou jij dat op kunnen brengen? Jezus wél! Hij is dan ook de goede herder. Jezus wordt dat nooit moe. Maar je zou het je kunnen indenken. 40 dagen lang!

Nu komen we 40 dagen al eerder tegen in Jezus' leven. Aan het begin van zijn optreden in het openbaar. Dat is geen toeval! En, net als nu, was ook dát op een berg.

Toen liet de grote tegenstander van God en Gods plannen, de Boze, ook wel Satan of duivel geheten, Hem de hele wereld zien. En hij zei erbij: “Als u mij nou aanbidt, één knieval maakt voor me, dan is heel die wereld voor u. Want ik héb die macht en kan die verlenen.”

Aanlokkelijk toch? Zomaar de opperheerschappij over heel de wereld cadeau krijgen! Maar zo zouden de mensen in de macht van de Satan gevangen blijven. Gelukkig, Jezus bezweek niet voor de verleiding. Hij koos de moeilijke weg...

NU is Hij die zware weg tot het einde toe gegaan. Een strijd, nou en of! Maar Hij heeft overwonnen. En zo heeft Hij de duivel eigenlijk de macht over de wereld afgepakt. Jezus kan nu zeggen: “Mij is alle macht in de hemel en op aarde gegéven.” Hij heeft die niet gepákt, niet gestolen. Nee, gekrégen! Gekregen, nadat en omdat Hij zijn grote werk voltooid en de opdracht volledig vervuld had.

De leerlingen waren hardleers. Maar ze hebben het eindelijk begrepen: hun Meester leef! Dit is Jezus, onze Heer! Dit is de Heerser over al wat is. En opeens is Hij er niet meer. Ze zien nog zijn zegenende handen, en dan is Hij weg! Ze zien nog wél een wolk.

Die wolk, een bijna dagelijks verschijnsel voor ons, heeft ons wat te zeggen.
Wij gebruiken de wolken ook in ons spreken. Bijvoorbeeld in de uitdrukking: Hij of zij is in de wolken. Door de verliefdheid is zo iemand in hoger sferen. Dat is een uitdrukking, ja.
Maar wij, met beide benen op de grond, vragen ons wellicht af: waar heb ik dat meer gelezen in de bijbel of gehoord in een preek?

Nou, om even te helpen: in het Oude Testament komen we de wolk meerdere keren tegen. En dichte wolk hing om top van de berg Sinaï. Daar was God. Mozes klom de berg op en verdween in de wolk. En hij kwam terug met de twee stenen met daarop de 10 woorden van het verbond, de 10 geboden. De wolk ging ook de tempel binnen, toen die door Salomo gebouwd was.

In de wolk is God. Als Jezus in de wolk verdwenen is betekent dat: Hij is de woonplaats van God binnen gegaan. Hij is bij God, zijn Vader. Jezus is weer thuis, nu Hij zijn werk op aarde voltooid heeft.

Daar is Jezus héén gegaan. Hij is weg. Maar Hij is niet met de noorderzon vertrokken. Hij is niet gevlucht. Heeft hen niet in de steek gelaten. Hij liet hun niet zijn hielen zien. Nee, het laatste, wat ze zagen, dat waren zijn handen, Handen, in het gebaar van de zegen uitgebreid. Dat beeld houden ze vast, is op hun netvlies gebrand.

Zegenende handen. Dat houdt in: Jezus IS er nog. Bij zijn leerlingen, ieder persoonlijk. En bij zijn kerk. Hij zorgt, bewaart, beschermt, geeft kracht en moed. Ze mogen Hem aanroepen in elke situatie. Dat gold toen, voor de leerlingen. En dat geldt NU, voor ons.

En dat komt ons bijzonder goed van pas. Of niet soms!!
Want zo riant is de situatie van de kerk niet! Laten we maar bij ons eigen kerkverband blijven: welke gemeente groeit nog? Verreweg de meeste gaan achteruit in ledental. En de vergrijzing gaat sneller dan het landelijk gemiddelde, vrees ik. Is er hier over 50 jaar nog een gemeente?

En even persoonlijk, bij jezelf te rade gaan. Hoe stáát het met je leven vanuit het geloof? Is er wel een echte, persoonlijke, levende band met de hemelse Vader? Ben ik op Hem gericht, zoals een plant niet zonder licht kan. En daarom zich richt op de zon? Kennen we Jezus als vriend en broer? Is ons bidden een werkelijk gesprek met God?

En als je geloof lééft: is er sprake van groei? Of is het vuur van je geloof geworden tot een laag, walmend pitje?

Dat kan wél of wel wéér in orde komen. En dat doet de levende Jezus, waar het zopas over hadden. Want Hij is dan wel in de hemel. Maar is nog altijd hoofd van het lichaam; en dat lichaam, dat zijn wij, dat is zijn kerk. Er is dus een hechte verbinding. Want hoofd en lichaam kunnen niet zonder elkaar.

Daarom mogen we met gegronde verwachtingen Hem vragen. Vragen, om die verbinding tot stand te brengen. En om groei van dat leven vanuit de band aan Hem. Hij heeft alle macht om dat te doen in ons. Want Hij is in de hemel. Maar Hij werkt op deze aarde. Dat doet Hij door zijn Geest. Die heeft Hij uitgestort op aarde immers?
.
Dat is keiharde noodzaak, ook als je geloof levend is. Want ons Hóófd is dan wel in hemel. Maar wij zijn op deze aarde. Net als de discipelen toen.

En die wereld, waar in we leven, dat is bepaald geen vakantieoord!
Dat was het voor de discipelen niet. Helemaal niet! Die waren voortdurend in de tempel, vertelt de Bijbel. En de tempel, dat was in wezen het hol van de leeuw. Daar waren de Schriftgeleerden kinderen aan huis. En de Farizeeën idem dito. Nou, die konden het bloed van Jezus' volgelingen wel drinken!

Toch waren de leerlingen daar voortdurend. En ze loofden God. Ze waren dankbaar en vol vreugde. Omdat Jezus in de hemel was, verheerlijkt, tot koning gekroond. Maar toch zegenend aanwezig. Ze gaven vrijmoedig uiting aan hun vreugde. Je moet maar durven! Dat is gewoonweg spelen met vuur! Dat kón niet goed aflopen.

Nou, dat zou spoedig ook blijken. Dat kwam hun op vervolging te staan. Dat werd gevangenschap, geseling en ga zo maar door.
Toch trotseerden ze dat alles. Ze wisten: het loopt wél goed af. Want de de Meester heeft ons zijn zegen nagelaten. Die zegenende handen, die gaven kracht en moed.

En vast en zeker: dat kan de kerk van deze tijd ook erg goed gebruiken. Want die kerk heeft de wind niet mee. Dat lijkt anders te liggen. Want over vervolging van christenen horen we nogal eens tegenwoordig. Bovendien staan kranten vol over discriminatie van moslims. En inderdaad, op dat terrein zit er veel niet goed.

Maar christenvervolging hier, of discriminatie van christenen? Daar is immers geen sprake van? En zo lijkt het toch ook hier? Niemand legt jou en mij toch een strootje in de weg? Er is volledige vrijheid voor ons, om naar de kerk te gaan en christen te zijn en dat te beléven ook.

Er is tóch al openheid. Openheid voor religie, voor het bovennatuurlijke, het spirituele. En dat vooral in de breedste zin van het woord. Wat en hoe dan ook maar. Maar daar zit het probleem meteen ook. Want dat wordt van ons ook verwacht. Dat we open staan voor van alles en nog wat, rijp en groen, op zichzelf zinnige dingen én complete onzin. Dat we ons nergens over verbazen, en helemaal niets afwijzen.

En als we naar de Bijbel willen leven, dan moet dat soms wel terdege. En dat valt vaak niet in goede aarde. “Die christenen weer”, hoor je dan. Of: “Daar heb je die fundamentalisten weer, die fijnen”.


Daarom kunnen ook jij en ik moed en kracht gebruiken. Moed, om voor onze mening, voor de waarheid van de bijbel, úit te komen. Door ánders te zijn, in ons spreken, in ons doen en laten. Ook door te laten zien, waar onze prioriteiten liggen. Wat we belangrijk en minder belangrijk vinden. Wat ons drijft. Waar ons hart is, bijvoorbeeld bij God of bij god goud en god geld. Ja, moed hebben we elke dag nodig.

En ook kracht. Kracht, om staande te blijven in het geloof. Blijven staan, terwijl zoveel dingen ons willen verleiden tot zonde. God heeft de mens veel gegeven. Maar die gaven zijn tegelijkertijd evenzoveel ópgaven. Om die gaven niet te misbruiken. Om er een gepast gebruik van te maken. Denk maar aan Internet. Want wat liggen daar een grote gevaren. Bijvoorbeeld om daar geen tijd aan te verspillen. Tijd, die heel erg nodig is voor iets anders. Of het gevaar, verkeerde sites te bezoeken.

Kracht en moed. Om blij en moedig elke dag in te gaan. Terwijl er misschien zoveel is, wat we zo graag anders zouden wensen. Omdat je leven zo beperkt is. Omdat je moet missen, wat anderen als vanzelfsprekend beleven.


Kracht en moed om te leven. Terwijl er zoveel pijn, zoveel verdriet is in je leven. Terwijl je hem of haar zo mist. Terwijl je zo opziet tegen de toekomst. Tegen het afscheid moeten nemen. Tegen het afstand moeten doen.

En dan: Jezus nam afscheid. We zien Hem en zijn werk soms nergens in ons leven. En we leven in een wereld, waarin we steeds weer afscheid moeten nemen en afstand in acht moeten nemen en moeten doen. We hebben onze Helper zo nodig!

Maar Hemelvaart zegt: Jezus is er wél! Denk aan het geheim van de afgezanten van Jezus. Ze hadden moed en kracht. Hun geheim was: die zegenende handen! Die spreken. Die zeggen: Ik ben er heus wel, hoor. Ik Ben hier boven. Om jou telkens weer op te tillen.
------

Ik ben in het gelukkige bezit van een noem het maar “elektrische” fiets. Een fiets met elektromotor. Mijn noodzakelijke hulp is dat. De accu daarvan kan ik via de adapter telkens opladen. Moet ik niet vergeten, de adapter en zo de accu aan te sluiten aan het elektriciteitsnet natuurlijk. Nu, zo laadt Jezus ons geloof op via zijn Geest. Daar moet je Hem wel om vragen, dat begrijp je wel.
Jezus zegt: Ik ben jullie Hoofd. Ik ben nu in de hemel. Maar Ik blijf nauw verbonden aan jullie. Ik kan en wil je niet missen, hoor! Nooit! Ik houd ook jou vast. Zeer zeker. Altijd!
Dát is het houvast, dat Hemelvaart biedt. En daar kunnen we 't mee doen! Dat is zelfs reden tot grote vreugde! Mijn liefje, wat wil je nog meer! Halleluja!

Amen.

Orde van dienst:

Eventueel vooraf: Psalm 47:3,4
Na votum en groet: Gez. 235
Gebed

Schriftlezing: Luc. 24:36-52
Zingen: Zingende Gezegend 178:1,3,4,5.

Preek over Luc.24:51a
Gez. 234

Gebeden, inzameling van de gaven

Gez.230:1,4,5,6
Zegen
-----

In de gebeden na de preek:

bidden, dat we allen in deze wereld tóch het hoge peil van vreugde mogen bereiken. Bidden om de aansluiting aan Gods “vreugde-net” voor ons.
Maar het gebed voor deze wereld met wonden en breuken niet vergeten.
Danken voor Jezus' troonsbestijging en zijn voorbede en werk voor ons nu.
God prijzen!

vrijdag, maart 21, 2008

DOORGEVEN ALSTUBLIEFT !!! ( meditatie)

DOORGEVEN ALSTUBLIEFT!!

"En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorg dan, dat hij ook in de gemeente in Laodicea voorgelezen wordt en dat ook u die van Laodicea u laat voorlezen." Col. 4:16

Er worden tegenwoordig maar weinig brieven meer geschreven, denk ik zo. Je hebt zoveel andere, snellere middelen om te communiceren. De telefoon is er, ook mobiel. Kun je overal mee naar toe nemen en overal gebruiken immers. En je kunt tegenwoordig mensen óók nog bereiken, als ze niet opnemen: een berichtje inspreken en klaar is Kees. En je hebt e-mail! En chatten schijnt zelfs verslavend te werken. Mogelijkheden te over! Nee, een brief schrijven? Hopeloos ouderwets!

Die schuin gestreepte woorden hierboven zijn van Paulus, een knecht van God. Bijna de hele wereld, zoals die toen bekend was, heeft hij doorkruist. In heel wat landen en steden heeft hij gesproken. Hij bracht het goede nieuws. Over Jezus en de verlossing, die Hij tot stand gebracht heeft. Bevrijding uit het schrikbewind, waarin Gods vijand de mensen verstrikt hield.

Als er een gemeente tot stand was gekomen, ging Paulus weer verder. Naar een andere stad. Om ook dáár het goede nieuws aan de man en vrouw te brengen. Maar hij bleef zo veel mogelijk contact onderhouden. En dat gebeurde onder meer per brief. Dat waren echte zend-, rondzendbrieven.

Vandaar zo'n opmerking als hierboven staat. Een verzoek, dringend, een opdracht eigenlijk, aan de oudsten, de voorgangers van de gemeente in Colosse. Lees deze brief, die ik geschreven heb en die ik u laat toekomen, zélf. En hij is voor de gemeente bestemd, dus: ook voorlezen aan de leden van de gemeente.

En dan? Bij het oud papier? Of in het archief? Nee, dóórgeven! Doorgeven aan de gemeente in Laodicea. Dan kan hij ook dáár voorgelezen worden. De Heilige Geest leidde hem bij het schrijven

van de brief. Dus kon Hij hem ook dáár gebruiken. En datzelfde geldt voor de brief, die hij aan Laodicea had geschreven.

Handig toch? Goed bekeken! Dat is economisch omgaan met de geschreven goede boodschap. Paulus acht zijn brief "geschikt voor hérgebruik". Wat hij schreef is van belang voor de gelovigen in Colosse. Maar dan is het óók goed voor de mensen in Laodicea. En ook voor andere gemeenten nog. Want het zijn allemaal ménsen. Mensen van dezelfde "makelij". Met dezelfde noden en vragen.

Vandaar...

Dominees bekijken het meestal ook vandaag nog zo. Je bestudeert een bijbelgedeelte. Soms "rolt" daar een preek uit. Die houd je in je "eigen" gemeente. Je ruilt met je collega van een andere gemeente. Dan kun je die gemaakte preek gebruiken. Met misschien hier en daar een aanpassing, omdat de situatie daar anders is. Maar toch.

Paulus is vóór hergebruik. Voor dóórgeven. Aan zoveel mogelijk "belanghebbenden". De apostel zou gretig gebruik gemaakt hebben van Internet. Al gauw zou "www. paulusevangelie.it" overal te bezoeken zijn geweest.

Gaven van God, zoals wijsheid en inzicht, vruchten van bijbelstudie, ze mogen voor zoveel mogelijk mensen ten nutte gemaakt worden. God gunt ons zijn geschenk van verlossing en vrede. Hij gunt ons onderwijs. Hij is er niet karig mee. Geen moeite is Hem teveel.

Dus: hóór Gods Woord! Gelóóf Gods Woord!

En dan: doorgeven a.u.b.!

Zodat de boodschap zich verspreidt. Als rimpels in een vijver!

Bidden/zingen: Gez. 481


vrijdag, februari 29, 2008

STERVEN AAN DE LOPENDE BAND? (meditatie, Goede Vrijdag en Pasen)


STERVEN AAN DE LOPENDE BAND. .. OF...?
“Daarna stierf hij...” (vele keren in) Genesis 5
“Jezus...gestorven”. Johannes 19:33

Goede Vrijdag! Paasfeest!
"Geweldig!", zeggen we als christenen. Dat Jezus gestorven is, voor ons! En dat Hij de dood heeft overwonnen! Geweldige feiten!
Ja, maar is dat wel zo?, kun je vragen. Want wat is er dan echt veranderd? Wat is er anders geworden sinds dat gebeuren? Want het droevige relaas van Genesis 5 gaat nog steeds door. Dat treurige liedje van de mensenlevens: geboren worden, opgroeien, (misschien) vader of moeder worden. En dan altijd weer dat refrein: “daarna stierf hij”.

Nou, daar word je niet vrolijk van! Dat wérden de mensen al niet. En dat worden ze óók na Goede Vrijdag en Paasfeest evenmin. Daar heeft de dood van Jezus en zijn opstaan uit de doden helemaal niets aan veranderd. Het is nog steeds: sterven aan de lopende band. De dood draait overuren. De dood werkt in continudienst.
Daar word je bepaald niet vrolijk van toch? Vooral niet, als je nog onlangs aan een graf stond. Of als je die geliefde, die stierf, nog elke dag mist. En van zulke mensen zijn er miljoenen! Als je jong en gezond bent ben je geneigd, dat wég te schuiven. Maar hoe dan ook: de dood is trieste, schrijnende werkelijkheid.
En dát is nu net het probleem achter die vraag “is er dan wat veranderd”. Een vraag, die, laten we wél wezen, het wezen van het christelijk geloof raakt. Als je moet zeggen “er is niets veranderd”, wat is er dan nog vóór te zeggen, om christen te zijn of te gáán geloven?
Kijk, de dood achtervolgde de mens. Sinds de mens in de poel van de zonde gesprongen is, stalkte de dood elk schepsel, zijn leven lang. Die donkere schaduw hing er, bij elke stap. En het probleem: dat is nu nog precies zo! Er is nog steeds filevorming op het kerkhof. Graf na graf wordt gedolven. De weg van ieder mens eindigt daar, geslacht na geslacht. Dus?
---------
Jezus is ook gestorven, vertelt Johannes. Was Hij alleen één van die lange rij, anders en meer niet? Aan de ene kant wel. Zijn lichaam ging ook het graf in. Net als dat van jou en mij straks. Meer was er niet. Tenminste, meer was er niet te zien. Ja, maar toch wás er meer. Jezus ging anders het graf in dan wij. Hij ging het graf binnen na gedane arbeid.En die arbeid was: als zondeloze mens dit aardse leven leiden. En de verzoening, het afwissen en volledig wegdoen van de schulden van de mens tot stand brengen. Zo ging Hij het graf in.
Hij was ook anders in het graf. Hij was er aan het werk, kun je zeggen. Hij verbouwde het graf. Weet je, er zat altijd al een deur in het graf. Een ingang. Die ging naar buiten toe open, zodat je er in kon. Maar aan de binnenkant zat géén kruk. Je kon er niet meer uit.
Nu, Jezus maakte nóg een deur. Een uitgang. En zo kon en kan je door het graf héén!
Dat is er veranderd. Iets heel groots, met enorme reikwijdte!

Ik zou zo zeggen: maak gebruik van die deur. Die deur uit het graf. Want die deur naar binnen, die staat wijdwagen open. Dáár kom je wel door, dat staat vast! “Niet aan denken”, zeg je? Nou, met de politiek van de struisvogel schiet je niks op. Dat station is het reisdoel van ons allen Maar je hoeft niet meer in paniek te raken, als je denkt aan je eigen graf in de toekomst. Want het hoeft niet het eindstation te zijn. Het kán e e n station zijn. Het vóórlaatste. Daarna dan het laatste: de grote, heerlijke toekomst!
Hoe dat realiteit wordt? Dat is nu naar die Grafombouwer toe gaan. En Hem vragen: “Mag ik met U mee?” Bij de Openbreker van het graf moet je wezen en blijven, om de uitgang naar het Leven door te gaan. Hij wil graag je hand pakken en je meenemen, het graf in en door!

Dus: sterven aan de lopende band? Ja, meer zie je niet. Maar er is meer. Namelijk leven door het graf heen. Leven zonder eind. Leven zonder weerga!


Zingen/danken (melodie Gez. 255):Halleluja! Overwonnen
is de duivel en de dood!
Meer dan honderdduizend zonnen
kleurt dit licht de hemel rood:
halleluja, halleluja,
overwonnen is de dood!


Laat de doden, laat ze slapen,
slapen in dit vroege uur
tot de aarde is herschapen
in een nieuwe creatuur-
halleluja, halleluja

Christus wekt hen in dat uur!

Laten wij nu vrolijk zingen,
want het uur breekt spoedig aan
dat de graven openspringen,
als de dood is doodgegaan!
Halleluja, halleluja,
Christus – Hij is opgestaan!

zaterdag, februari 23, 2008

SCHENK JIJ ALTIJD ZUIVERE KOFFIE ? (preek)


SCHENK JIJ ALTIJD ZUIVERE KOFFIE?


“Hij zal zitting houden als iemand, die zilver smelt en het zuivert....” Maleachi 3:3


Voorstel van een orde van dienst:


Eventueel vooraf zingen: Psalm 66:3,4
Na stil gebed, votum en groet: Gez. 481: 3,4,

[in ochtenddienst: Lezen ter verootmoediging Matteüs 6:43-48;
zingen Gez. 463:1
Lezen: Joh.3:16-18 als woord van genade
Gez. 463:3 en 4
Lezen: Gods wil in Joh.3:19-21
Gez.463:5]

Gebed
Schriftlez
ing: Mal. 2:17-hoofdstuk 3:5
Psalm 51:
3,4
Verkondiging over Mal.3:3
Gez. 323:
7,8
Gebeden
Dienst van de offers
Gez. 443:1,2 [in tweede dienst: Geloofsbelijdenis van Nicea] en 3


Gemeente van Christus, onze Heer,

Deze wereld wordt wel eens een “tranendal” genoemd. Een duidelijk beeld. Duidelijk en veelzeggend. Wat worden er hier op aarde een tranen vergoten! Het eerste, wat een baby doet, en ook móet doen tijdens zijn leven hier, is huilen. En er zullen nog vele huilbuien volgen. Ieder mens schreit liters tranen tijdens zijn leven.

Er is enorm veel ellende. En daarbij is er geen discriminatie tussen verschillendebevolkingsgroepen. Ook mensen, die geloven in God, wérkelijk geloven, een levend geloof hebben, hebben vaak een portie ellende op hun bordje, dat “leven” heet.’’

Je zou misschien zeggen: “Maar God is hun Vader toch? Wat is dan de bedoeling van dat leed, die pijn, die zorgen, dat verdriet? Waarom krijgen ook zij daar een portie van?” Sommigen hebben er geen enkele moeite mee. Die schuiven alles op de rug van de duivel. De boze, ook wel Satan geheten, die is de schuldige natuurlijk.


Nou, ik kan je wel zeggen: daar ben ik niet klaar mee. Ik heb gróte moeite met het lijden van christenen, Gods kinderen dus, in deze wereld. Dat de kerk in bepaalde landen onderdrukt wordt. Dat gelovigen soms zwaar moeten lijden. En mijn eigen portie lijden roept ook steeds weer vragen bij me op. Zoveel vragen, ik stik er soms bijna in!

Ja, natuurlijk besef ik, dat ik mag kijken naar wat ik ontvang, elke dag weer. Ik heb niets te klagen. En heel veel te danken. Mensen nou, wát een gaven! Maar toch. Toch die vragen, die last van lijden en zorgen op mijn schouders!

In het gedeelte hierboven staat vinden we een stukje van het antwoord. Een klein stukje maar. HET antwoord op onze vragen, DE oplossing, daar moeten we nog op op wachten. Maar een stukje van het antwoord luidt: God wil in de spiegel kijken.

“Uh”, zeg je. “Wat bedoel je nu dan toch?'

Nou, lees dan vooral verder.

God gaat dus aan het zuiveren. En dan gaat het om Gods volk, Israël. Dat is teruggekeerd uit de ballingschap. Terug in eigen land. En ze vinden het leven daar weer goed. Ook in godsdienstig opzicht. Want er is weer een heiligdom. Priesters brengen weer offers. Alles dus O.K., zou je zeggen.

Maar helaas, God denkt er anders over. Hij vindt, dat er onzuivere koffie geschonken wordt. Ze zijn niet zuiver op de graat, daar in Israél. Er zit veel flink fout. Het is bepaald niet schitterend. Net als goud en zilver, dat verontreinigd is. Dat schittert niet. Zuivering is nodig. En dat zal ook gaan gebeuren met het volk. Maleachi, een profeet, brengt deze boodschap: God stuurt een bode, de Engel van de HEER. En dat zal de Messias zijn, de beloofde verlosser.


Nou, geweldig toch? Dat betekent vrede, geluk, heil. Dan zijn alle zorgen, die er nog zijn, weg. Ja toch? Ja, klopt als een bus. Uiteindelijk is dat het geval. Maar eerst wordt het nou bepaald niet fijn. “Hij zal zitting houden...”, staat er. Nou. Dat klinkt al zeer onheilspellend!

Dan denk je aan een rechter. Die houdt zitting, om te oordelen.

Nu moet je hier aan iemand anders denken. Namelijk een zilversmid. De Messias van God wordt hier voorgesteld als een zilversmid tevens zilversmelter, smelter van zilvererts. We kijken samen even over zijn schouder, hoe hij dat doet. Kijk je even mee?


Hij heeft een vat. Een groot vat met een zeer heet vuur er onder. Een soort oven dus. Want in dat vat zit zilvererts. Dat is een bepaalde delfstof, die uit verschillende bestanddelen bestaat. En één van die bestanddelen is zilver. En daar is het hem om te doen.

Nu, om dat zilver te krijgen moet het gezuiverd worden. Moeten die andere elementen er uit worden verwijderd. Tegenwoordig kan dat op moderne manier: door elektrolyse of door middel van zwavelzuur. (Heb ik ook maar ergens gelezen, hoor, wist ik echt niet) Toen had men ontdekt, dat die zuivering kon door verhitting. De hele massa erts werd dan verhit. Alles smolt. De andere elementen kwamen boven drijven, als een soort schuim. Dat kon je weg scheppen. En het zuivere zilver bleef over.

Dat stak nauw. 't Was een precies werkje, waar alle aandacht, volle concentratie voor nodig was. Zo moest hij er op toezien, dat het vuur de goede temperatuur opleverde. Bleef het mengsel te koud, dan smolt het niet of niet goed genoeg. Werd het te heet, dan kon het zilver beschadigd worden. Daarom ging de zilversmelter er bij zitten.


Zo zuivert God ook zijn volk Israël. En dat door allereerst de priesters en Levieten te zuiveren. De mensen, die leiding geven dus. En door die leiding, zichtbaar onderwijs door de offers en door hoorbaar onderwijs, zo zuivert de HEER zijn volk.

Dat was hard nodig. Want het volk dacht, en de priesters en Levieten, de helpers van de priesters, dachten: alles is in orde. En dat léék ook zo. Maar ondertussen. Er waren allerlei zonden. Maleachi, de profeet, wijst die aan. Bijvoorbeeld, dat de weduwen en wezen, de mensen in het hoekje, waar de slagen vallen, geen aandacht en zorg krijgen. En dat de mensen kwaad spreken over God. Ze zeggen: God keert de zaken om. Hij beloont de goddelozen en straft de rechtvaardigen.

En die rechtvaardigen, wie wáren dat? Natuurlijk zij, die terug gekomen waren. Die rest, die gered was. Daarbinnen was toch alles O.K.? Maar God is het daar pertinent en volledig mee
oneens. Er moet een flinke zuivering aan te pas komen. Alle verkeerds, alle zonden moeten weg. En zonden, die zijn er volop!

De profeet zegt namens God: jullie denken alleen aan jezelf. En God? Ja, je práát wel over hem. En je houdt je, zo uiterlijk bekeken, wel aan de voorschriften. Maar in wezen staat er maar één op nummer 1 op de hitlijst van je leven. En dat ben jezelf.

En daarom vind je eigen portemonnee zo belangrijk. En “vergeet” je in dat opzicht de dienst van God. De tienden geven, dat vind je onnodig. Dat is veel te veel, zie je. Dat kan bruintje niet trekken, zeg je. Maar je bedoelt: dat heb ik er niet voor over. Mag het niet een beetje minder zijn, een beetje véél minder?


Zo was dat met velen in die tijd. En vandaag? Hoe zit dat met jou en mij? “Ik geloof in God, ja zeker wel”, zegt u. Mooi, van harte gefeliciteerd! En dat meen ik. Maar dat geloof, blijkt dat ook? Komt dat ook naar buiten? En dan ook maar concreet: heeft God alles te maken met je portemonnee en je bankrekening? Of houden we liever onze handen boven water, met onze portemonnee erin, dan ze te vouwen in gebed? Schenken we zuivere koffie?

En hebben de mensen, die alleen staan, die eenzaam zijn, die vergeten worden, onze aandacht? Zorgen we voor hen, door ze op te vangen en te steunen? Of vergeten we hen al te vaak?

Dan zit het niet goed. En dan komt het ook niet goed. Dan komt de vloek in

plaats van de zegen. Dan kun je er op wachten, dat het mis gaat.

Kijk, en nou alstublieft dicht bij huis blijven. Naar jezelf kijken, niet naar de buurman. Weet je, wij, jij en ik, we beseffen wel, dat we zonden doen. Dat we zondig zijn, van binnen. Dat ontdekken we wel, als we naar ons eigen leven kijken. Dat komt wel naar buiten.

Maar hoe ver gaat dat. Maleachi heeft het over “God bestelen”. Dat gaat dus over het 8e gebod, dat je niet moet stelen. Dat past niet bij iemand, die zegt dat hij het eigendom van God is. Nou, ook vandaag kun je God beroven. Dat doe je, als in je begroting de dienst van God de sluitpost is.

Zo was dat bij Israël. Men dacht alleen maar aan zichzelf. De wet schreef voor, de tienden te geven van alle inkomsten. En er waren bepaalde heffingen op het bezit. Daar beknibbelden ze op. Zo kunnen wij ook doen, beknibbelen, financieel gezien, op.de dienst van God. En bedenk dan wel: je dient God óók, door aan je naasten te denken. De naasten rondom je. En de naasten veraf.

Nu, God bestelen gaat dan zo: je doet iets, of wat meer in de collectezakken, als je wat over hebt. Dát is eigenlijk diefstal. Dan steel je in wezen van God. Want de dienst van God en de naasten in nood verdienen méér. Nou vraagt Godniet, dat je je kinderen tekort doet. En hij gunt je graag, dat je onbekommerd geniet van het leven. Daar is helemaal niets mis mee.

Maar gun die naaste ook een leven, dat echt leven genoemd kan worden. En ken je verantwoordelijkheid voor de voortgang van het werk van de kerk. Het werk naar binnen en dat naar buiten toe.

En als dat niet gebeurt, is je dienst aan God niet in orde. Dan schittert het niet als echt goud of zilver. Dan moet er gezuiverd worden. En dat wil God doen. God doet dat door zijn Messias, zijn gezalfde. En wij weten, dat dat de Zoon van God is. Dat zuiveren vindt de HEER zo belangrijk, dat Hij dat aan niemand anders toevertrouwt.

Dus zie je die zilversmid zitten. Het erts is omgesmolten tot een mengsel van zilver en onder anderen lood. En nu wordt het nog eens omgesmolten. En daar zit hij, die zilversmelter. Want er moet zuiver zilver voor de dag komen. Daar gaat het om, dat snap je wel. Daarom zit hij bij dat smeltvat. Om dat wat er niet in hoort, weg te scheppen. Want dat vuur zorgt, dat de onzuivere bestanddelen boven komen drijven.

En hij zit er geduldig en schept. En zie je hem in dat vat kijken? En wanneer houdt hij op? Als hij

zichzelf aan de inhoud kan spiegelen. Als hij zichzelf kan zien. Dan pas is het zilver zuiver. Dus dat vuur, die hitte is nodig. Daar wordt het erts pas echt, pas zuiver zilver van. Daarvan krijgt het zijn echte waarde.

Zo is God bezig. En daarin zien we Jezus aan het werk. En we weten ook, dat Hij ook pijn leed. Dat Hij in de smeltoven kwam. Terwijl Hij volmaakt zuiver was. En volkomen het beeld van zijn Vader vertoonde. Om hem heeft God goede bedoelingen met wat er gebeurt in ons leven. Krijgen we niet ons verdiende loon. Maar mogen we delen in het loon, dat Jezus verdiende. Als we geloven. En door dat geloof aan Jezus verbonden zijn.

God wil dus zichzelf zien. Als je naar zijn volk kijkt, moet je eigenlijk God zelf zien. Als Hij en ook de gelovigen, maar ook de buitenkerkelijken het leven van christenen goed bekijken, dan moeten ze in hen iets van God zien. Dan moeten ze dus een beetje op de Heer Jezus lijken.

Nou, zeg je waarschijnlijk, dan moet er bij mij nog een heleboel veranderen. Dan moet er nog veel gezuiverd worden. Ja, vind ik ook van

mezelf. En ik vrees: zo denken we allemaal. En dat zal terecht zijn ook. We moeten allemaal in dat smeltvat. En het vuur moet hoog opgestookt worden.

Dat wordt pijnlijk, denk ik. Heel erg pijnlijk, vrees ik. Dat gaat misschien tranen, verdriet, pijn lijden, afbraak kosten of wat dan ook. In elk geval: wat je kostbaar en dierbaar is kan je worden afgenomen. Verre van leuk. Pijnlijk tot en met. Maar zuiverend. En dat is de bedoeling, zie je.

Nou moet je weer niet gaan denken: “O, dus als ik ziek word of als er verdriet in mijn leven komt, dan moet ik op zoek. Op zoek in mijn leven, wat er fout zit. Met welke zonde hangt deze ramp samen?” Nee, als het pijnlijk wordt in je leven is dat niet altijd om een bepaalde zonde. Al kan een bepaalde zonde best wel bepaalde uitwerking en pijnlijke gevolgen voor je hebben. En daar moet je je ogen niet voor sluiten. Maar automatisch verband tussen een bepaalde, aanwijsbare zonde en lijden is er niet.

Wél kan het zijn, dat God je dichter bij zich wil hebben. En dat dit inhoudt, dat je zuiverder, reiner moet worden. De Heer wil ons geen pijn doen. Zeker niet! Daar is geen sprake van.
Hij wil alleen dat heerlijke voor je: dicht Jezus en de Vader leven. Daar zorgt de heilige

Geest voor. En daar kan Gods Geest bijvoorbeeld ziekte of verdriet, dat in ons leven komt, voor gebruiken. Hij alleen kan ons verdriet en onze pijn wegnemen. Hij gebruikt daar vaak mensen voor. Maar het is zijn werk.

En dan voel je je meer afhankelijk daarvan, zie je. Dan heb je hem meer nodig. Dan besef je: alle goeds in mijn leven moet van God komen. Dan word je meer dankbaar voor kleine dingen. En wil je het hem steeds meer in alles naar de zin maken. En dan wordt zijn wil voor jou steeds meer wet. Ook in het omgaan met wat je bezit. Die gaven wil je dan besteden in zijn dienst. En voor het bestwil van de naaste.

Zo wordt je gezuiverd. Zo gaat je leven blinken. En als de mensen naar jou en je leven kijken, dan zeggen ze: “Hé, wat is dat nou toch? Wie is dat toch? 't Lijkt Jezus wel Dat kan toch niet?” Ja, dat kan wel. Dat je trekken van Jezus en zijn Vader vertoont. God kijkt naar je. En zegt: “Ja, ik zie iets van mezelf in hem, in haar!”

Dat is pas zuivere koffie!

Amen.


Handreiking voor de dienst van de gebeden


Danken voor verlossing door werk van de Heer Jezus; voor alles wat we elke dag als vrucht van zijn werk krijgen.
Bidden om kracht, om onze ziekte, verdriet te dragen; kracht om gewone, gebroken leven hier áán te kunnen: ook de pijn van de zuivering door God: wat we moeten missen, om te glanzen voor Hem.

Bewaar ons voor en help ons strijden tegen het materialisme, de hang naar geld en goederen; Help ons, verantwoord om te gaan met wat we ontvangen hebben: ervan gepast genieten; Uw dienst, kerk niet sluitpost laten zijn; de naaste dichtbij en veraf in het oog te houden, voor hen te bidden en te helpen waar we kunnen.
Laat ons glimmen voor U, zodat U iets van Uzelf herkent, als U naar ons leven kijkt, vernieuw ons naar het beeld van Christus en help ons, daarnaar te (blijven) streven.