vrijdag, juli 23, 2010

WAAROM? WAAROM?? WAAROM???

WAAROM? WAAROM?? WAAROM???

“…waarom slaapt u? …Waarom verbergt u uw gelaat?...waarom vergeet u onze ellende, onze nood?” Psalmen 44:24,25
Orde van dienst:
ochtend:
Eventueel vooraf Gezang 464
Na votum en groet: zingen Psalm 73:9,10
Samenvatting van de wet, Marc. 12: 29-31
Zingen: Psalm 130:2
Verootmoediging: Lezen Daniël 9:18,19
Zingen: Psalm 130:4
Gods wil voor ons leven: Rom.12:1,2
Zingen: Gezang 323:4
Gebed
Schriftlezing: Psalmen 44
Zingen: Psalm 22:1,8
Preek
Zingen: Liefde, die mijn leven leidt: 1,2,3 *)
Gebed
Na collecten: Liefde... : 4 *)
Zegen
Tweede dienst:
Gezang 464

Psalm 73:9,10
Gebed
Lezing: Psalmen 44
Psalm 22:1,8
Na preek: “Zingende Gezegend” 87
Gebeden
Na collecte: Liefde, die mijn leven leidt...:1,2,3 *)
A.F.Troost, mel.: Evang.Liedb. 189 (Vaste Rots)
Na Geloofsbelijdenis Liefde..., vers 4 *)
Zegen
*)
1 Liefde die mijn leven leidt
wég uit mijn onzekerheid,
kom als licht dat om mij straalt,
vredesduif die op mij daalt -
woord dat uit den hoge klinkt,
wees een lied dat in mij zingt!
---
2 Slaat mijn allerlaatste uur.
dood dan, God, mijn vragenvuur:
wie, wanneer en wat en hoe,
waar, waarheen, waarom, waartoe?
Was ik niet in kleingeloof
ziende blind en horend doof?
---
3 Niemand weet wat mij bezielt,
hoe mijn hart in eerbied knielt -
God, U weet het, U alleen,
U ziet door al mijn vragen heen,
heimwee, diep verborgen pijn:
stil verlangen thuis te zijn.
---
4 Liefde die mijn leven leidt,
dat gij altijd bij mij zijt:
dat geloof neemt mij niet af
wind of water, vuur of graf -
niets dat mij van U ooit scheidt.
Liefde die mijn leven leidt,
-----

Het is vast één van de woorden, die in bepaalde omstandigheden het meest gebruikt worden: waarom. We hebben allemaal onze “waaroms”. Als kind de waaroms van kinderen. “Pappa, waarom dit of dat, waarom zus of zo?” Later de waaroms van verwondering en verrassing. Maar ook vaak uit een gekweld, soms zelfs wanhopig hart. “Waarom word ik zo gepest op school? Waarom moet ik met die handicap door het leven? Waarom heb ik geen partner ontmoet? Waarom moet ik wéér alleen verder? Waarom heb ik die ziekte, die beperking? Hoe kan ik nu van mezelf, als schepsel, als kind van God met deze handicap houden? Waarom? Waarom mogen wij, mag ik niet de weelde beleven van een kind, kleinkinderen?”
Nee, de waaroms zijn niet van de lucht. Uitingen van vragen over hoe het gaat en is in je leven, in de wereld. Waarom die ellende, waarom ik?
-----
In het hierboven genoemde lied, Psalm 44, klinkt ook het “waarom”. Tot drie keer toe zelfs. Uit de mond van iemand, die spreekt namens een heel volk, Israël. Dat zit weer eens in de bekende hoek. Daar waar de niet minder bij dat volk bekende, klappen vallen. Wanneer dat in dt geval was? Niemand weet het. Maar hoe dan ook, het volk baalt als die alom bekende stekker! En de dichter brengt dat onder woorden.
Hij begint met het weergeven van een stuk vaderlandse geschiedenis, dat is: Gods handelen met dat volk. Het volk weet het nog: we hebben dit goede land gekregen. Onze God heeft het ons gegeven. Er was volop verzet. Vijanden te over. Maar onze HEER is een God met reuzenkracht. Hij heeft, zouden wij zeggen, biceps om als vijand je een hoedje van te schrikken. Om als een haas op de vlucht te slaan.

Nou, aan zo’n God kun je je toevertrouwen. Dat gaat geheid goed! En dat deed het volk: vertrouwen op God. Zoals en klein kind restloos op mamma vertrouwt. (zie afbeelding). Dus zou je zeggen: dan ben je veilig. Dan heb je ’t goed, zonder mankeren. Zo was het vaak gewéést ook, want zo was het beloofd. Maar, denkt Israël, hoe heb ik het nu?!! Er komt nu geen grammetje heil. Alle verlossing uit de hand van de vijand is mijlenver te zoeken. Je schaamt je gewoon, om bij die God te horen! En we wáren er altijd trots op!
Vandaar al die waaroms. De reden: onze God. God? Hij verstoot ons. Hij verbergt zijn gelaat. Dat Hij van ons houdt en geeft dat we het goed hebben – er is geen sprake van! Gods liefde, je ziet er niets van, h-e-l-e-m-a-a-l niets! En wij hebben Hem niet verlaten. Echt niet! Het probleem ligt aan de andere kant.

Het kan niet anders: dit is geen achteloosheid. Dit is met opzet! Ondanks het feit, dat wij de HEER dienen, overkomt ons deze bezetting door de vijand. God slaapt. Heel bewust. Hij is gaan slapen. Of Hij houdt zich slapend. Hij laat het toe, dat we zo in de puree zitten. Of wil hij het misschien?
Waarom vergeet U, God en verstoot U ons en slaapt U? Drie waaroms. En vooral dat laatste hakt er in: God slaapt. Kijk, er wordt over God door gelovigen nogal eens geklaagd in de bijbel. Maar dit staat er nooit! Wel het tegenovergestelde: de HEER slaapt niet, nooit! (Psalmen 121 bijv.). En: God is wakker voor ons. Hij houdt zijn ogen wijd open. Is elk moment klaar om in te grijpen!
Maar nu? De HEER slaapt! Ja, waarom, God? Dat kunt U toch niet maken! God toonde zich altijd onze God. ? U was onze God. En U zal dat nu ook wel zijn. Maar U laat daar niets van merken. Aan ons niet. En aan de vijand niet. Hoe kan dat nu toch? Hoe kan dat? Waarom? Waarom?? Waarom???
-----
Voor veel mensen, die dit (horen) lezen, zal dit herkenbaar zijn. Sommigen zitten in over hoe het gaat met de kerk hier, in Nederland, in Europa. Anderen maken zich zorgen over onze maatschappij, de verharding, de tweespalt, het egoïsme. Hoe zal het gaan met ons landje, ons volkje? Maar er is ook het kruis, dat we persoonlijk moeten meetorsen. Waarom? Wat doet God? Ja sterker nog: waar is God? Hij is uit het zicht. Hij verbergt zijn gelaat. Hij is onzichtbaar. Hij helpt niet, toont zijn liefde niet. God lijkt wel dood.
Het lijkt er in elk geval op, dat Hij wél slaapt, ondanks zijn belofte. Hij lijkt ons vergeten te zijn. Terwijl Jezus beloofde, bij ons te zijn, mèt ons, alle dagen, elke dag weer. Maar God lijkt zich niets aan ons en onze situatie gelegen te laten liggen. Terwijl Hij zich vader noemt! Of moeder, die haar kinderen niet kán vergeten. Ja, waarom? Waarom dan zó?? Waarom ik??? Mensen, echt, de waaroms kunnen je bijna verstikken!

En nu moeten we niet meteen en gemakkelijk zeggen: “Och ja, ieder huisje heeft zijn eigen kruisje, he. Zo is dat nu eenmaal in deze wereld”. Want ja, dat is waar. Maar ieder vindt het eigen pakket het zwaarst. En sommige mensen krijgen echt veel meer te torsen dan een ander. En dan stijgt het water je wel eens tot de lippen. En als je dan weet, dat God er is, dan wring je die vragen wel eens naar buiten. Waarom?!!
Waaroms richting God. God, waarom? Waar bént U? Ik zie niets van U, nergens. Ik ervaar helemaal niet, dat U er bent. Ja, vroeger, toen wel. Toen had ik het goed. Toen toonde U uw liefde. Maar nu? Vroeger, ja toen woonde U in uw kerk. Toen was er groei en bloei. Toen was er invloed op de samenleving. Maar kijk nu, in welk zwaar weer de christelijke politiek terecht gekomen is. Wéét U dat niet? Hebben we een God, die vergeetachtig geworden is? Een God, die een spelletje met ons speelt, verstoppertje of zo. Bent U slaperig geworden en ingedut?

Ja, er komen provocerende geluiden, je zou zeggen: beledigingen naar God toe in zo’n situatie. Dat kan vandaag nog sneller. Want dat wordt vaak door de ouders en leraren sneller gepikt. Maar het kan in je opkomen. Want de kernvraag is: U hebt ons verstoten. Maar voor hoe lang? Voor altijd? Blijft uw gezicht op onweer staan? Komt er weer een vriendelijke lach op uw gezicht? Wordt ons levenspad nog ooit weer stralend verlicht door U? Of blijft het donker? Godsverduistering voor altijd?
-----
Allereerst: ik kan uw vragen begrijpen. Want ik zit er zelf ook wel mee. Met een aanzienlijk aantal zefs! En een afdoend en vooral bevredigend antwoord kan ik niet geven. Ik kan wél een aantal dingen doorgeven, die voor u en mij tot troost kunnen zijn. Tot troost IN die nood, IN die vragen.
Laat ik beginnen bij iets, dat wij waarschijnlijk niet zo leuk vinden. De vraag namelijk: waarom stellen wij die vragen. Wanneer denken we, dat God weg is, zich verborgen houdt, slaapt? Dat is toch vaak: als we ’t niet zo prettig hebben. Als God iets zou moeten doen, naar onze mening. En dat dan niet doet. We missen God, als zijn daden voor ons ontbreken. Dat is natuurlijk wel een eenzijdige benadering. Want hebben we daar recht op? Of moeten we ons misschien wel afvragen: gaat het me wel om God zelf in de eerste plaats? Of allereerst om zijn weldaden?

Vervolgens: God is hoog verheven boven ons mensen. Op een oneindig veel hogere troon dan welke koning ook. En daarom is het al een levensgroot wonder, dat we contact met Hem mogen en kunnen hebben. Het is ook de enige manier, om echt te leven. En in leven te blijven. Contact blijven oefenen, dat is van levensbelang. Contact, ook als het aanvoelt dat Hij weg is. Het gesprek met Hem blijven voeren. Ook al voel het, alsof je smekende of felle woorden niet aankomen. Ook al komt er geen reactie.

Bovendien: er IS reactie van Gods kant. En daarvoor moet de bijbel moet open. Hoe meer vragen, des te meer moet die bijbel open. Want daarin geeft God antwoorden. Die zijn niet pasklaar, op maat voor jou, voor mij. Maar tóch. Bijvoorbeeld in zijn spreken over onze Heiland.

Misschien kan de wetenschap troost bieden, dat ook Jezus die vraag heeft gesteld. En zijn waarom was gericht aan God. Jezus, gekomen op aarde, gestuurd door de hemelse Vader, heeft het aan het kruis, in het pikdonker, uitgeschreeuwd naar boven: “Mijn God,mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”.
Je kunt zeggen: ”dat is MIJN vraag ook. Waar bent U, God? Waar bent u NU. Waar bent U in deze situatie. En dat Jezus die vraag ook stelde, wat zegt me dat? Wat heb ik daar aan? Dat is gewoon een vraag erbij. Op die grote hoop van al die waaroms”. Nou, nee, zo is het niet. Er is een groot verschil. Want wij VOELEN ons in de steek gelaten. Maar het is alleen een gevoel. Meer, iets anders is het niet. God is niet dood. Hij slaapt niet. Hij is niet weg. Hij IS er. Hij is bij ons. Jezus heeft zelf gezegd, als opgestane Heer: Ik ben met jullie, alle dagen.

Wij zijn niet, nooit door God verlaten. Maar Jezus was dat wél. Toen was dat echt werkelijkheid. De realiteit van de HEL. De hel op aarde. Jezus was alleen, overgeleverd aan de duivel en zijn macht. Vreselijk. En heerlijk, want Hij heeft zich daar doorhéén geloofd. En daarom ging Hij ook de dood in. Maar ook daar ging Hij dwars door heen. En daarom laat God géén van zijn kinderen ooit alleen!
Maar je alleen VOELEN, ja, dat kan. En dat is al erg genoeg, kun je zeggen. En wat heb ik er aan, dat God erbij is, maar ik er niets van merk. En dat Jezus bij je is, maar je voelt zijn aanwezigheid niet. Maar…
Toch betekent dat “waarom”van mijn Heiland véél voor me. Het zegt me namelijk, dat dat gevoel. van alleen te zijn geen straf hoeft te zijn. Dat was het voor Jezus wél. De straf namelijk, die ik, die jij en u verdiend hebben. Dus de dichter van dit lied, Psalmen 44, heeft gelijk. Je van God verlaten voelen, geen hulp krijgen in nood, menen dat Hij slaapt, hoeft geen gevolg van zondigen te zijn.
Maar die klemmende vraag blijft. Waarom dán? Waarom kan ik roepen en schreeuwen naar God toe, zonder dat het helpt?
Nu, weet je: die vraag mag. Die kan legitiem zijn in een bepaalde situatie. Je mag je problemen, je raadsels, met God délen. Dat is zelfs erg belangrijk. Maar je hoeft niet te schreeuwen. Je vragen met gebalde vuist naar de hemel te slingeren. Dat hoeft niet. Want geloven, dat heet in de bijbel ook wel: wandelen. Wandelen met God. Zoals Henoch wandelde met God. En zoals God dat wel deed met Abraham. En zoals de discipelen met Jezus door het land trokken, drie jaar lang.
Zo mogen wij wandelen met God. Ja, hou dat vast, blijf dat geloven: naast mij gaat de Heiland. Hij is vlakbij! En als je wandelt hoef je niet naar je metgezel te schreeuwen. Nee, je kunt met hem praten. Wandelen, dat is de beste gelegenheid, om met je problemen voor de draad te komen. Als God ons wat te zeggen heeft, merken we dat wel; de bijbel is er toch? En als wij Hem iets te zeggen hebben: we kunnen toch vrijuit spreken in ons gebed?

Wandel je al, wandel je nog met God? Of slenter je maar een beetje voort. Is het meer sukkelen, voort sjokken met Hem. Is er contact, praat je met Hem. En luister je? Dan kom je er samen met Hem wel uit! Zeker weten!
Niet dat al je vragen dan beantwoord worden. We leven in een vijandige wereld. We krijgen mensen tegen, als God voor en met ons is. En deze wereld is ook een gebroken bestaan. We lopen heel wat breuken en blutsen op hier! En waarom? Waarom ik? Waarom ik meer dan zij?
Waarom? Nee, het probleem wordt niet altijd opgelost. Denk aan Paulus; die had een goede zaak aan te dragen. En kwam er herhaaldelijk mee bij God aan. Maar God liet hem weten: nou even niet meer, knecht van me. Het is genoeg geweest. Geen oplossing. Maar de vraag loste wél op. Hij moest het doen met Gods genade. En dat was genoeg. Daar kón hij het ook mee doen!
De dichter van Psalmen 44 komt met bittere werkelijkheid. Zie vers 13: het volk, voor een spotprijsje te koop op Marktplaats! Zo lijkt het, ja. Maar er is geen sprake van, dat God zijn volk verkwanselt. Geen denken aan, dat Hij jou of mij dumpt! Dat gebeurde wél met Jezus: 30 zilverstukken was Hij waard. En daarom geldt voor ons, toch, al lijkt het anders, wat Romeinen 8 zegt: in alles, door alles heen zijn we superkampioenen. Want niets kan ons scheiden van Gods liefde in Christus onze Heer.
Nee, we begrijpen het doen en laten van God met deze wereld, met zijn kerk, met ons persoonlijk vaak helemaal niet. God gaat boven onze logica en ons begrip. We kunnen zijn doen en laten alleen aanvaarden. En weet je, wat zo vreemd is? Dat jij en ik de liefde van God wél zonder problemen accepteren. Alsof het acceptabel is, dat God zo’n doorgewinterde deugniet als ik, zijn kind noemt. Dat Jezus een veelpleger, een draaideurcrimineel als ik. zijn vriend noemt. Dat ik met Hem mag wandelen! Dat Hij zich met mij vertoont!
Het is toch om te janken van ontroering! Niet dan? Heb jij dat nooit? Nou, ik wel. En daarom aanvaard ik ook zijn doen met mijn leven. Althans, dat probeer ik. Al begrijp ik er geen snars van. Al heb ik duizend vragen.
Ja, als ik denk aan dat warm kloppende hart van God in Jezus! Dan zeg ik tegen mezelf: “Zou zó’n God zich vergissen? Zou wat Hij doet verkeerd kunnen zijn? Ik begrijp het vaak niet. Maar het is goed, wat Hij doet. Zonder mankeren!”

Hóór je wel, diep van binnen? Trompetgeschal overstemt het gekreun. Jubelzang vervangt de klaagzang. Hier al een beetje, zo nu en dan. En eens voorgoed! Als ook WIJ het geheel overzien. Dan weten we: het is goed gekomen. Dan beseffen we nu al: wat God doet, is welgedaan! Aan hem vertrouw ik me toe.
Amen.

Gebedspunten:
Leer nederigheid, geduld: aanvaarden van levensweg, kruis dragen. Contact onderhouden, spreken en ook luisteren. Bidden voor mensen, die zwaarder kruis dan wij/ik.

dinsdag, april 06, 2010

HUILEN, LACHEN. EEN GEBED, EEN LIED. (preek)

LACHEN, HUILEN, BIDDEN, ZINGEN.

“Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden; is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen”. Jakobus 5:13
“Jantje lacht, Jantje huilt”, zeggen we wel. Ja, zo zijn kinderen. Maar zo zijn volwassenen soms evengoed. Want zo is het leven, zie je. Dat geeft vreugde en verdriet. En soms volgen die elkaar snel op. O ja, volwassenen behéérsen zich meer dan kleine kinderen. Dat móet, weet je. Dat dóen volwassenen. Maar of dat goed is? Emoties moet je uiten. Die moeten er uit. Alleen zó kun je verdriet en vreugde verwérken.

En een christen? Hoe verwerkt die pijn en blijdschap? Hoe uit hij of zij zich? Want geloof verándert een mens toch? Die is door de heilige Geest een nieuwe schepping immers? Nu is dat een proces: je moet steeds meer worden wat je in beginsel bent. Maar daar zijn wel wegen heen. Wegen met wegwijzers.
------------------
Jakobus, waarschijnlijk een “broer” van Jezus, een zoon dus van Maria en Jozef, schrijft een brief. Een brief, bestemd voor alle gelovigen van zijn dagen. En ook voor die van nu. Voor jou en mij dus. Een brief met allerlei praktische lessen.

tempel van Diana
Hij heeft het over onze stemmingen. Want die wisselen. Soms zitten we goed in ons vel, maar soms ook niet. Dat hangt van de omstandigheden af. En ook Gods kinderen is niets menselijks vreemd. Die balanceren ook tussen die twee uitersten van vreugde en verdriet. Vooral ook in die tijd kreeg je vaak met vervolging te maken, als je bij Christus wilde horen. En daar dan ook openlijk voor uit wilde komen. Dat was niet "politiek correct", zouden wij zeggen. Dat was zelfs streng verboden. Want dan beledigde je de goden en de keizer!

En dan? Heeft God dan te maken met onze stemmingen?
Hij heeft er mee te maken, reken maar. Ons leven, ook de binnenkant, ligt ópen voor hem. Dus kun je gerust de lamellen wegdoen van je hart. Zet je hart maar open! Laat Hem maar binnen kijken. Dat doet geen pijn. Dat helpt zefs!
De Heer wil graag, dat je Hem vertelt van je moeiten en zorgen. Maar Hij kent ze ook. Hij wéét, als je het moeilijk hebt. Dus láát het Hem ook weten.

Laat Hem wéten, dat je iets mist. Want weet u, we kunnen veel missen. Want we hébben zoveel, zoveel gekregen. Dus kun je ook veel daarvan niet hebben, missen. Dat kan iets zijn, wat een ander maar een flutding, een kleinigheidje en dus vanzelfsprekend vindt. Maar wat voor jou wel betekenis heeft. Laat het God wéten. “Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden”, schrijft Jakobus.
Ja, laat het God weten. We hebben de neiging, het ánderen te laten weten. Onze gezinsleden, onze familie en vrienden. En soms iedereen om ons heen. En dan in de vorm van klagen, zeuren, emmeren.
Er zijn mensen, die zeggen, dat ze niet kunnen zingen. Niet mooi, op toon zingen bedoelen ze meestal. Nou ja. Maar klaagzangen zingen, dat gaat ons vaak wel aardig af. Die hebben vaak wél een plekje in ons repertoire. Klaagzangen, met veel variaties op één thema: óns probleem, onze moeilijkheden. Dagelijks bezoeken we de klaagmuur. Of klaagBuur wellicht.


En zeker: het is nodig, je te uiten. En het is fijn, als je een praatpaal hebt. Iemand, die altijd geduldig luistert. Maar steeds weer hetzelfde klaagliedje, voor iedereen die maar in je omgeving komt? Wat wil je daarmee bereiken?
Anderen hebben hun eigen problemen wel. Ieder huisje heeft zijn kruisje immers? Belast hen niet ook nog met jouw problemen. En verbaas je niet, als ze in het vervolg watjes in hun oren stoppen, als ze u aan zien komen.
Bovendien: ze kunnen niet helpen. Als je leunt op mensen, dan sta je met die ander te wiebelen. En word je platgedrukt onder de last van jou en van die ander. Dus: niet klagen naar anderen toe, maar bidden. Gaan naar de Vader in de hemel. Die in zijn Zoon heel dichtbij ons gekomen is.
Bidden, dat is: naar een ander adres. Je richten op God. En spuien. Je mag alles zeggen tegen God. Je mag huilen om wat je afgepakt werd. Je mag het Hem zeggen, als je het niet eens bent met hoe je leven gaat. Je mag klagen, omdat Hij er niets aan doet.

En helpt dat dan? Nou en of! Dat beseffen we niet altijd. We gaan vaak om met onze problemen, alsof Hij er niets mee te maken heeft. Alsof Hij er geen weet van heeft. Alsof we ze zelf, alléén, moeten opknappen. En dat is beslist niet zo! We mogen bidden. En bidden helpt! Zeer zeker!
Hoe dan wel? Nou, niet doordat als op commando altijd de moeite, bijvoorbeeld de ziekte, weggenomen wordt. Dat kan, nou en of! God doet ook vandaag nog wonderen. Meestal gebruikt Hij daar het geschenk van de medische wetenschap voor. Hij kan en wil genezen, die God, die zoveel van ons houdt.
Hij kan ons gebed ook op andere manieren verhoren. Door de pijn te lenigen, dragelijk te maken. Om iets te noemen: als we iets van het lijden van een ander, van zovéél anderen, zien, wordt het dragen van dat van ons minder zwaar. Je zíet eigen moeite minder. En je vóelt die ook minder.
Niet klagen, maar dragen en vragen om kracht, zo luidt het gezegde. Niet klagen: daar is geen reden voor. Moeiten, pijn en dergelijke, ze zijn gevolg van de zonde in deze wereld. Nee, niet klagen. Maar vragen om kracht, draagkracht. En die krijg je vast op het gebed. Het gebed in Jezus’ naam. Dat is: in nauwe verbinding met Jezus. De gestorven redder en verhoogde Heer. Schuilend achter zijn bloed. Vertrouwend op zijn kracht.

Luister maar: “Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren”, zegt God in Psalmen 50. Daar staat het zwart op wit. En de HEER houdt zich ook aan deze belofte, dat weet ik uit eigen ervaring, dag in dag uit! Wordt het dan een peulenschilletje, je kruis te dragen? Laat staan, dat kruis blijmoedig achter Jezus aan te dragen? O nee, dat kost strijd, je hele leven lang! Maar soms, even, dan ben je daar: bij dat God eren na zijn redding door Jezus.
-----------------------
Over God eren gesproken: Jakobus gaat verder. “Is hij, iemand van jullie, vrolijk, laat hij een loflied zingen”.
Ja, zouden we bijna vergeten: we zijn ook wel ’s blij toch? Het zijn toch niet alléén maar moeiten en verdriet in dit tranendal ? We kunnen toch nog wel genieten ook? Daar hoef je toch de loterij niet voor te winnen? Of het zwitser-levengevoel in verre landen te beleven?
Kunt u, kun jij nog gewoon blij zijn, thuis of op een fietsvakantie hier in ons mooie landje? Of op een doordeweekse avond vrolijk zijn met je vrouw, met je man, met je kinderen? Blij, ook als je hard moet werken, om rond te komen. Ook als je tobt met je gezondheid, als je lijdt aan eenzaamheid.
Met andere woorden: tel je zegeningen. Want er kan een andere tijd komen. Een tijd, waarin je dingen mist, die nu bijna vanzelfsprekend zijn. Tel uw zegeningen, één voor één…en je ziet Gods liefde dan door alles heen, zo luidt dat lied van vroeger.

Vrolijk, blij met God en zijn liefde. En daarom zingend onder de douche of fluitend op de fiets. Mensen, als je Gods liefde ziet, zijn liefde voor jou!! Liefde die blijkt in die dagelijkse dingen, die je hebt, die je kríjgt! Nou, dan kún je toch niet anders dan zingen?! Als je alleen bent, ga je misschien stralen, lachen, huppelen, dansen. Niks op tegen, hoor. Die vrolijkheid moet er uit, naar buiten. Die moet je uiten.
Prima, zegt Jakobus. Ben je vrolijk? Ga zingen, lofzingen. Niet een nummer uit de top-100 om de lof van een mens te bezingen. Maar de lof van God! “Zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God” staat er in Kolossenzen 3:16. Paulus en Silas deden het zelfs in een donkere gevangeniscel, met de voeten vast in het blok!
Liederen, waarin je de lof van God laat horen. Waarin je Hem prijst om wat Hij geeft, ook aan jou. Om wie Hij is, zelfs voor u! Psalmen, liederen boordevol lofprijzing moeten, mogen dan opklinken. Klaagliederen zingen, dat gebeurt genoeg. Daar hoef je niet toe aangespoord te worden. En soms heb je er reden te over voor, naar je gevoel. En boetepsalmen, liederen van verootmoediging, vol belijdenis van schuld, daar is ook reden te over voor. Moet ook. Maar vergeet niet, te lofzingen!
Daar doe je de Heer veel plezier mee. Hij geniet van lofliederen, die klinken in de erediensten. Maar Hij verkneutert zich ook, als u, jij, ik zijn roem laat horen. Ik hoor het je al zeggen: “Zingen, ik? Maar ik kan totaal niet zingen”. Nee? Nou, misschien heb je geen gevoel voor klank en ritme. Maar probeer het toch maar. Je hoeft geen solocarrière te beginnen,hoor. God hoort je. En Hij geniet intens van je gebrom! Of van uw gepiep of gekras! Jazeker!

En wat zijn er een mooie liederen! Ook klaagliederen. Liederen vol “waaroms”. Liederen, vlakbij de opstand. Lees maar eens de liederen van A.F. Troost over de dood van een dierbaar kind in Zingende Gezegend! Maar ook veel lofliederen. Dichters brengen onder woorden, wat in mijn hart leeft. En ik mag die prachtig verwoorde lof aan God meezingen! Wat een voorrecht!

Zingen, lofzangen zingen, vind je dat fijn? Vooral fijn, dat sámen te doen. In een koor, of in de kerkdiensten. Want thuis, daar zal tegenwoordig wel niet zo veel meer van komen, vrees ik. Zelf denk ik met plezier terug aan vroeger: samen met broers en zus en vrienden zingen bij het harmonium. Het zal niet altijd mooi geklonken hebben. Maar het klonk God als muziek in de oren. En het heeft ons echt geen kwaad gedaan!
“Zing, zing, zingen maakt blij!” zegt een kinderlied. Het is wáár! Zing je moeiten van je af, naar God toe! En uit je vreugde naar de Gever daarvan. En zing héén naar het nieuwe leven, dat één loflied zal zijn! En zo, nu al, soms, klinken psalmen in de nacht. "Waar zich uw vleugels breed ontvouwden, zing ik mij van mijn zorgen vrij!" Dat is een reactie op moeite, die heen leidt naar dankzegging. Zing, piep of kras maar mee! En gun de Heer intense vreugde!

Amen.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Suggesties voor te zingen liederen:
Psalmen: 42 (:2,3), 63(:1 en 3), na preek; 147(:1,2, aan begin van de dienst)

Gezangen: 409; 399 (:2,5), 90 !!!!,
Zingende Gezegend 292 (:3,4), 284 (voor Schriftlezing, Jak. 5:7-13), 270

Evangelische Liedbundel: 357 (!) 478
Opwekking 277 (slot)
"Zingen maakt blij"

vrijdag, februari 19, 2010

IK HOUD ZÓ VEEL VAN JE ! (meditatie)



ZÓVEEL HOUD IK NOU VAN JE ! (meditatie)

Want God had de wereld zo lief, dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven...” Johannes 3:16

 
“Mamma, ik vind je zó lief!” Als je dat een kind hoort zeggen met een lief kinderstemmetje, dan dóet dat je wel wat. Vertederend toch? Dan móet je dat kind wel even knuffelen. En als een jongen tegen “zijn” meisje zegt: "Ik hou wel zoveel van je!" –of als een bejaarde man dat nog altijd tegen zijn vrouw kan zegen en daadwerkelijk zegt- nou mensen, goed om te horen! Zo’n liefdesverklaring, daar wordt niemand minder van. Die zou er méér moeten klinken, vind je niet? Daar word je warm van, van binnen.


Nou weet ik best wel: zoiets is gemakkelijk gezegd. Dat kun je de ene dag tegen je partner zeggen -en de volgende dag "vreemd gaan". Helaas, zo zijn wij,mensen. Zelfs dat kind kan zoiets zeggen, om een ijsje of chips te "versieren". Ja, zo zijn die lieve kleine boefjes wel! Ze weten die volwassenen wel op hun zwakste punt te treffen.

Dus dieliefdesverklaring uit een mensenmond zégt niet alles. Maar kun je je een meer betrouwbaar iemand voorstellen dan God? En als HIJ dat nou zegt?

------

De weken vóór Pasen zijn één grote, lange liefdesverklaring van God. Hij houdt wel zó veel van jou en mij! Daar is het einde van weg! Ondanks het feit, dat die Paastijd verre van romantische gebeurtenissen vertelt. Of juist wel daaróm! Want als God zegt “Ik heb je zo lief”, dan gaat het over oorlog, weet u. In het verband van deze tekst valt bijvoorbeeld het woord “redding”. Een actie om de mens los te maken van sterke banden. Banden die bezig waren hem te smoren. Banden aan de zonde, aan de duivel, en zo aan de dood. Een actie, om jou en mij Bevrijdingsdag te laten vieren.

Het is Jézus, die hier Nicodemus vertelt, dat zijn Vader hem zó lief heeft. Jezus, die dan ook gesproken heeft over zijn verhoging. Verhoging aan het kruis, wel te verstaan.

Zó lief heeft God de wereld. Op die manier hebben Vader en Zoon de wereld liefde betoond. “Ik heb je wel zó lief, mijn kind!”, zegt de Vader. “Ik houd zo intens van je, mijn lieve broer, lieve zus van me”, zegt Jezus. Tegen mij nota bene! Tegen u, en jou!

Dat kan je toch niet koud laten? Daar word je toch warm van? Dan hol je toch naar die God toe, zo snel je kunt?

Zingen/Bidden:

Wie anders kan genezen alle wonden,
dit aards bestaan, vergiftigd door de zonde?
Tot U, o Heer, is nu in vrees en beven
ons hoofd geheven!
Heer Jezus, U bent aan het hout gehangen,
om ons verheven, boven alle slangen;
om onze pijn en ziekten weg te dragen
bent U geslagen.

Lof zij U, Christus, U hebt ons genezen!
Wij staan weer op, als uit de dood verrezen!
U willen wij voor dit geluk van boven
van harte loven!

(A.F.Troost, uit "Zingende Gezegend" 147;
eventueel ook te zingen op de
melodie van Gezang 181)


zaterdag, februari 06, 2010

SCHULDIG! EN...?? VRIJSPRAAK!!! (preek)


Schuldig! En...??? Vrijspraak!!!


Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Rom. 8:33
-------
Eventueel te zingen liederen:
Psalmen: 96 (:7), 22:4,5 Gezangen (Liedboek):159:1, 5-8; 177:3-5; ; 179; 181:4,5,6; 182; 478:4-7
Zingende Gezegend: 199:2,4-6; 213; 222; 289 (bij verootmoediging en lezing Gods wil voor ons leven)
Schriftberijmingen: 12:3-5
--------------------

Door de morrende meerderheid wordt er nogal eens kritiek geuit op rechters. “Die rechters van tegenwoordig? Die zijn lang niet streng genoeg. Ze pakken die criminelen en ook de kleine criminelen, die ettertjes op de hoek van de straat, veel te veel met fluwelen handschoenen aan. Niet zo zachtzinnig, dat zijn die lui zelf ook niet! Aanpakken die hap. De bak in, voor een flinke tijd.”
Dergelijke geluiden kun je nogal eens horen. En ook bij mensen van dezelfde professie, deskundigen dus, staan de rechters wel eens in het beklaagdenbankje. En mede ook daardoor wordt het gezag van rechters nou niet bepaald groter.
---------
Gaan jullie mee? Mee met mij en mee met Paulus? Want die Paulus neemt als apostel, dat is als vertegenwoordiger van Jezus Christus, de leden van de gemeente in Rome mee naar de rechtbank. En daar is een aanklager. En daar is een rechter. Ik mag wel zeggen: daar is DE rechter. Want deze rechter is God. Je kunt niet in hoger beroep gaan bij hem. Want Hij is de hoogste rechter. De rechter, aan wiens gezag iedereen zich moet onderwerpen. En op wiens vonnis niets af te dingen valt. Want Hij die hier het “schuldig” of “onschuldig” laat horen, is God zelf.
Ga je mee? Nee, je hoeft niet bang te zijn. Jawel, God ziet en weet alles. Hij kent al je daden en woorden. Al je geheimen ook. En je verborgen gedachten. Je hele leven, je buiten- en je binnenkant, het is een open boek voor Hem. En JIJ staat in de beklaagdenbank. En? En het oordeel? Kom mee en laat je verrassen.
-------
Om deze woorden te begrijpen moeten we eerst even wat achtergrondinformatie oppikken. Kijk, die Paulus is nog nooit in Rome bij de gemeente aldaar geweest. Maar nu wil hij er heen. Dus moeten de mensen daar over die plannen worden ingelicht. Nu weet de apostel zelf best wel het een en ander van die gemeente. En het is goed, dat wij dat ook weten. Dan begrijpen we dit gedeelte een stuk beter.
Rome leek toen al een beetje op een moderne metropool. Tenminste in die zin, dat je er mensen uit alle streken tegen kon komen. Zo waren er ook veel Joden. En daarvan was er weer een aantal, dat Jezus ontdekt had. En ze waren door Hem gevonden. Zo kwamen ze tot geloof in Hem. Dus bestond de gemeente uit heidenen én uit Joden. En die Joodse achtergrond bleef een rol spelen in hun beleving van het geloof. En dat veroorzaakte wel eens wat spanningen.
Daarom begint Paulus te schrijven over iets, waar geen enkel verschil van mening over bestond. Over de basis van het christelijk geloof: het leven door geloof (zie hoofdstuk 1:17). Want dat is me toch even wat, mensen! Wat een bevrijding is dat. Dat je het niet zelf hoeft op te knappen. Maar dat we een bevrijder hebben, de Heiland Jezus. Geweldig, grandioos is dat!
Nou, dan zit je al tot over je oren in de wereld van onze tekst. En dat is de wereld van de rechtbank. Waar het recht de lakens uitdeelt. Waar aanklagers zijn. Mensen, die de aanklacht formuleren. En een rechter. Een man die vonnis wijst. Die het “schuldig” of “onschuldig” laat horen.

“Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij”. Begrepen, hoop ik. De rechtbank, je ziet die vóór je. Maar nu hebben we wel een probleem. Dit: dat hier de gelovigen “uitverkorenen” genoemd worden. En er bestaat nogal eens een misverstand over de verkiezing door God. Alsof het hierbij om een verborgen, mystieke, mysterieuze zaak zou gaan. “De verkiezing? Och mens, hou er over op. Daar krijg je totaal geen hoogte van. Dat blijft maar afwachten. Dan kan het vriezen of dooien; wel uitgekozen of niet uitgekozen, een lot uit de loterij, een niet of de hoofdprijs.”
Zou het zó zijn? Nou, vergéét het. Zo is het echt niet. Het zit totaal anders.
Gods uitverkorenen, wie zijn dat? Dat zijn mensen aan wie God zijn grote liefde voor mensen kwijt wil. En, dat is hun antwoord op dat aanbod: ze aanváárden dat. Ze laten zich die liefde bewijzen. Ze zeggen: “Dank u wel, Vader”. En van de weeromstuit gaan ze zelf ook liefhebben: God, zijn zoon Jezus, de Heiland en de Geest, die dat allemaal in je hart plant en in je leven gestalte gaat geven.

Gods uitverkorenen, dat zijn mensen, die gaan geloven. En die God gaan liefhebben. Die ook mensen gaan liefhebben. Vooral ook mensen, die hetzelfde zijn gaan doen. En die daarom behoren bij de gemeente van Christus.
Dus: die verkiezing is helemaal niet zo moeilijk. Die zie je duidelijk uitkomen in de liefde in je hart. En in de daden van liefde van binnen uit. Want wat God van ons vraagt, dat wil Hij ons ook en eerst geven.
En achter die zaken ligt dan de verkiezing. Het besluit van God om ieder, die dat geloof beleeft, te bewaren. die gelovigen vast te houden, voor altijd. Dat geeft vastheid, zekerheid, vertrouwen. Dat staat als een huis.

En over die mensen gaat het. Die staan hier terecht. Al die mensen, die als het erop aan komt zo zielsveel van de Heiland houden. Die in alle situaties eigenlijk die goede God en Vader in de hemel zo diep in hun hart en zo hoog in het vaandel hebben.
Eigenlijk gaat het hier dus over alle gelovigen. Wat gaat het opleveren, als de hoogste rechter het leven van allen die van hem zijn onder de microscoop legt. Ergo: het gaat hier over mij. En over u en jou. …..
En nu vraagt Paulus: wie zal die mensen aanklagen? Wie zal ze voor de rechter slepen? Wie zal hun dossier met eventuele foute daden daar neerleggen? En dan begrijp je al: dit wordt een zeer spannend moment. Nu gaat het er op aan komen. Dit is het moment. Dit is de dag van de rechtspraak. De grote Dag. De dag van het eindoordeel. Het oordeel voor elk van ons.
Dus, spannend, wie gaat in deze rechtszaak de aanklacht indienen?
Nou, ze staan in de rij, hoor! Mensen, veraf: grote klagende en vragende kinderogen in donkere gezichtjes. Kinderen, die honger leden -en ik was nergens! Mensen dichterbij: mensen die ik in een bepaalde noodsituatie had kunnen helpen –en waar was Ik?
En God heeft een aanklacht: de bijbel staat vol van dingen, die ik had moeten nalaten. En van dingen, goede dingen, die ik had kunnen doen – en ik deed die dingen niet. En die verkeerde daden, woorden, gedachten –het kwam er niet van, ze na te laten.
En dan spreekt mijn eigen hart ook nog aanklachten uit. Voor het oor van de grote rechter zegt het: uitverkoren, jij? Man, ga nou gauw! Wat was jij voor een dominee, ouderling, kerklid? Het was allemaal niks met niks, wat dagelijks op het menu stond.
Of kun je dat tegenspreken? Kun je het tegendeel bewijzen? Het is allemaal 100% waar, niet dan?
Als u en jij dat nou eens eerlijk toe zouden geven…
...............
Als je dat eerlijk toegeeft, belijdt, aan God, nou dan ziet het er niet triest uit voor jou, maar rooskleurig. Want die rechter van Paulus, die alle mensen eenmaal oordeelt, die komt met een bijzondere verrassing.
Je moet je dat even heel goed proberen voor te stellen. Er staan mensen terecht voor Gods rechtbank. En jij en ik horen daarbij. Ja toch? Wij worden terecht aangeklaagd. En wij krijgen die grote verrassing. We zijn allemaal schuldige mensen, door en door, tot in de pit. Niets tegen in te brengen. En toch, nee! Geen aanklager, die een poot heeft om op te staan. En dat denk ik niet maar. Nee, dat denkt en zegt God zelf. “Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?” Antwoord, heel verrassend: vrijspraak. “God zelf spreekt hen vrij”.
Maar dan zeg je: dat is toch niet eerlijk? Die mensen kunnen 1000 keer uitverkorenen zijn, maar ze hebben allemaal flink wat op hun kerfstok. Dus: schuldig, en daarmee uit. Afgelopen.
Geef die mensen een koekje van hun eigen verschimmelde, verrotte deeg! Dát is toch recht, waar of niet?
Zo lijken de zaken er voor te staan. Maar er is een andere werkelijkheid. Er is wat gebeurd. Er is goddelijk overleg geweest. Tussen Vader, Zoon en Heilige Geest. En de Satan, de grote aanklager, is uit de hemel gekieperd, voorgoed. En Christus, de grote advocaat, is er binnen gegaan.
En HIJ voert het pleit. Hij had de schuld al voldaan op Golgotha, aan het kruis. En nu pleit hij voor de uitverkorenen. En hij komt op al die beschuldigingen met het enige antwoord. Alle aanklagers zwijgen, alle aanklachten zijn ongegrond. Want Jezus heeft de boete al betaald, zie je. De straf is al tot op de laatste cent voldaan. God heeft niets meer te innen. Jezus heeft de straf gedragen. Hij was in lijden, in de dood, in het graf. En nu, zittend aan Gods rechterhand, brengt hij dat als de grote advocaat naar voren. En alle aanklagers moeten er het zwijgen toe doen.
Want wat moet je als God, de Opperrechter vrijspreekt? Niets anders dan dat vonnis aanvaarden toch? Duidelijk. Het pleit beslecht, voor eens en altijd. De aanklagers druipen af. En de aangeklaagde -en dat ben jij, dat ben ik- hij of zij gaat vrijuit!
Paulus bedoelt te zeggen: er is maar één ding dat telt in de gemeente van Christus. En dat is niet, dat je Jood bent of heiden van afkomst. Nee, want in beide gevallen zitten we onder de vuiligheid van schuld en zonde. Er is maar één ding, om daar van af te komen. En dat is vertrouwen op het werk van Jezus. Op zijn lijden in onze plaats. En op zijn voorspraak bij Gods rechtbank. Wie dat niet doet gaat ten onder. En wie er op bouwt, die gaat vrijuit.
Dat is het ene anker voor wie dan ook. Dat is de vaste rots, waarop, beter: in wie, we veilig kunnen bouwen, en veilig zijn, nu en voorgoed
Amen Halleluja!

----------------------------
Aandachtspunten dienst der gebeden:Danken, want alle reden!
Bijv. :Voor wat kregen in deze dienst: Bij elkaar zijn en samen bij Vader
Samen zingen -huldigen, als grote Koning erkennen als Vader
-buigen, in schuld, belijden in gebreke gebleven
-samen luisteren, uitleg Woord
-samen bidden, zoals doen.
Bidden voor eigen leven.
Erkennen: God Rechter- en bij ons veel n in de haak. Die naast me zitten, moesten eens wéten. En U weet...
We staan er niet best vóór. En U oordeelt, eens, maar nu ook!
Hoop? Advokaat!
Heer Jezus is pleitbezorger. Offer gebracht. Betaling verricht, tot laatste eurocent.
Zo vrijspraak, terecht. Help daar uit leven, in volste vertrouwen.
Bidden voor rechterlijke macht.
voor kerk in wereld, verleiding, vervolging.

 


maandag, oktober 19, 2009

EEN LAMMETJE ALS BODYGUARD ? (meditatie)


EEN LAMMETJE ALS BODYGUARD ? (meditatie)
Het lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit zijn rechterhand (Openbaring 5:7)



Misschien heb jij die tv-reclame ook wel eens gezien: het gaat over een man. Hij is alleen in de rimboe. Omringd door gevaren dus. Bijvoorbeeld: hij ligt te slapen. En een giftige slang staat op het punt, hem te bijten. Maar een leeuw houdt de wacht en bijt de slang dood. Een leeuw als redder in de jungle! De koning van de wildernis als je persoonlijke beschermer! Is toch helemaal OK? Kun je toch niet beter wensen?
Of zou je wat anders willen? Een lammetje misschien? Een lam om je te beschermen?

Deze wereld, onze maatschappij, dichtbij en veraf, ze beginnen óók meer en meer op een wildernis te lijken. Waar gaat dat heen, vragen we ons wel eens af. En mijn leven is soms ook al een chaos. Waar dat op uitloopt, geen idee. Wat kan er op mijn pad door het leven me niet allemaal gebeuren! Wie beschermt me, als me erge dingen gebeuren? Wie brengt me in veilige haven. Wie beschermt me en brengt me op mijn bestemming? Wie moet jou beschermen? Iemand als een leeuw of iemand als een lammetje?

Een leeuw, daar hoef ik niks over te vertellen. Zijn kracht om te doden kent iedereen. Maar een lammetje, dat is niet bepaald het symbool van moed en kracht. Nee, het is in dat opzicht een “loser”. Als het zou worden aangevallen door een wild dier, dan is het volstrekt weerloos. Het heeft geen sterke klauwen, geen bek met scherpe tanden. Bovendien mist het snelheid om weg te rennen. Kortom, het zou een gemakkelijke prooi zijn. Dus: de keuze tussen leeuw of lam als beschermer in de jungle van het leven, die is supergemakkelijk. Die is eigenlijk geen keuze. Maar…
-----
Johannes, je weet wel, is die leerling van Jezus, de opgestane Heer, die naar de hemel gevaren is. En die Johannes is omdat hij van Jezus getuigde, verbannen naar het eiland Patmos. (zie afbeelding) Maar God maakt van de eenzaamheid en stilte daar gebruik. Johannes krijgt openbaringen. En die gezichten zijn belangrijk voor de kerk van toen en altijd. Ook voor de gelovigen van vandaag.




Johannes mag in de hemel, de woonplaats van God, kijken. Daar ziet hij God, op zijn troon. En in zijn hand houdt Hij een boekrol (zie afbeelding). Een boekrol, daarop werd geschreven, wat je wilde laten lezen aan een ander. De brief, het boek van vandaag (?) dus. God, de Opperkoning op de troon, wil ook aan jou en mij dus iets meedelen. En wat dat is, staat op die boekrol.


Maar o wee, een probleempje, beter: een groot probleem: de boekrol is opgerold en verzegeld. Met zéven zegels zelfs! En je moet macht en vólmacht, om die zegels te verbreken. En wie, o wie hééft volmacht, is waardig, om dat te doen.



Johannes heeft een vermoeden, dat dit heel erg belangrijk is. Dat er voor de kerk van Christus erg veel van afhangt. Want als er niemand zomaar gevonden wordt om dat te doen, dan komen de waterlanders bij hem voor de dag! Johannes raakt helemaal overstuur. Die zegels móeten verbroken worden. Want die boekrol moet open, zie je.
En waarom? Wat staat er dan in dat boek voor belangrijks te lezen?

Weet u, de Heer heeft hem, Johannes wat beloofd. Namelijk, dat God hem zal laten horen en zien, wat er gebeuren moet. Wat de geschiedenis is van Gods kind, de kerk, de wereld. Eigenlijk héél de geschiedenis. Wat gebeurd is, wat er nu aan de hand is. En hoe het verder gaat. Hoe het afloopt met de gelovigen, de kerk en de wereld, En dáár gaat het om in die boekrol. Als de zeven zegels verbroken wordt, kan dat gelezen worden. Dan kan dat allemaal gebeuren.

Wie die zegels verbreekt, de rol open rolt, wie daartoe de macht heeft, die is het helemaal. Die heeft alles in de hand en in handén. Die is de beheerser, de leider, de voltooier van de geschiedenis. Die brengt alles en allen naar Gods doel toe. Die brengt de nieuwe hemel en aarde tot stand. En die geeft al Gods kinderen daar een plaats, zo zeker als 2x2 vier is.

Dus: een brandende vraag voor Johannes in zijn tijd. En voor ons, nu. Wie doet dat in naam van God? Wie komt dat toe, heeft macht en volmacht, om dat te doen? Want bij hem moet je wezen, om door de jungle van het nu en de toekomst heen naar de voltooiing te gaan.

En…?
Het wordt…een lam. Een lam, toonbeeld van weerloosheid en krachteloosheid. Een lam, ook symbool van de overgave. Het dier voor het offer. En dit Lam is al geofferd. Het is geslacht, dat kun je zien. Het is ten offer gebracht, maar het leeft weer. Het is door de dood héén gegaan. En zo is dit Lam Gods Lam. De levende verlosser, Jezus, de Christus.

Wie kies jij als beschermer? Als leidsman in en door de wildernis van het leven?

Leeuw of lam, dit Lam? Nee, dat is geen keuze uit twee gelijkwaardige beschermers. Want dit Lam is lam en leeuw tegelijk. Hij is de leeuw uit de stam Juda, staat er in vers 5. Het offerlam is de sterke koning, onderweg naar zijn rijk!
Dus: bescherming nodig? Ga dan met dit lam, dat leeuw is mee. Dan ben je veilig in deze jungle. Dan neemt Hij je mee naar zijn eeuwig rijk!




Eén is waard, het boek te lezen
Staande voor Gods hoge troon:
Slechts de leeuw, die lam wil wezen’
Koning met een doornenkroon –
Hij, verrezen, zal genezen:
Wie een slaaf was, werd een zoon!

Zie, het boek van Gods historie
Is ontsloten, en het wacht
Tot het volk van zijn victorie
Zingen zal uit alle macht:
“Lof, aanbidding, wijsheid, glorie,
Zij het lam, voor ons geslacht"


(uit: A.F.Troost, Zingende Gezegend, melodie gez. 300)